Slapstick wil ook een plot

Johnny English Reborn

Regie: Oliver Parker. Met: Rowan Atkinson, Dominic West, Rosamund Pike, Gillian Anderson. In: 109 bioscopen.

Het heeft acht jaar geduurd voordat de Engelse komiek Rowan Atkinson weer in de huid van stuntelspion Johnny English kroop. Dat is eigenlijk net te lang geleden om je de vorige film nog te herinneren die, in tegenstelling tot de hele Mr. Bean-franchise, ook niet zó vaak op televisie te zien is dat hij zich ongemerkt in je geheugen heeft genesteld. Dat moeten ook de schrijvers van Johnny English Reborn zich hebben gerealiseerd, want hun hele plot is erop gericht ons eraan te helpen herinneren dat we Johnny English nog dienen te kennen van zijn vorige desastreuze avonturen. En dat er nu iets rechtgezet moet worden.

Zoals het hoort bij filmparodieën knipoogt Johnny English Reborn links en rechts naar andere films. En, ere wie ere toekomt, de unieke rubberen mimiek en slapstickmotoriek van Atkinson zijn, ook nu zijn antiheld grijzende slapen heeft gekregen, nog intact. Er kan gelachen worden. Maar dat is niet genoeg voor een film. De slapstickkwaliteiten van Atkinson laten zich te weinig rijmen met de grote behoefte aan plotlogica van de makers. Er is een complot. En een bende Chinezen, aangevoerd door een stofzuigend omaatje met een killerinstinct (de belangrijkste running gag). Maar er gaat zo veel tijd verloren met het uiteenzetten dat English als gentleman-spion niet meer kan aarden in een hightechwereld waarin de Britse geheime dienst in handen van een computergigant is gevallen (wel het beste staaltje product placement van het jaar!), dat je halverwege alweer vergeten bent achter welke schurk English ook alweer aanzat.

Oh, wacht eens even, er is eigenlijk helemaal geen lekkere vette slechterik, geen Blofeld, geen Dr. No of Goldfinger, geen Dr. Evil zoals de überschurk in die andere Bond-spoof Austin Powers heet. Wat moet je in dit genre met een held zonder schurk, zelfs als de held een sukkelheld is en in al zijn onhandigheid misschien nog wel zijn eigen grootste vijand? Met deze mix van komedie en spionnenfilm doet de komiek zichzelf toch een beetje tekort.

Dana Linssen