Rechter is terecht voor het leven benoemd, maar moet werken met oude wetten

Volgens Maurits Barendrecht wordt het verhaal van de Trias politica „sleets”. Het is niet te hopen dat deze opvatting leidt tot het overboord zetten van het principe hiervan. Hierbij dienen wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht gescheiden te zijn om almacht van de staat te voorkomen. Uitvloeisel hiervan is de onafhankelijkheid van de rechter. Die wordt daartoe voor het leven (tot het zeventigste jaar) benoemd.

De rechter heeft daardoor inderdaad een riante positie. Dit is echter onontkoombaar. Tijdelijke benoemingen bergen het gevaar in zich dat rechters beslissingen nemen die de overheid welgevallig zijn. Met privileges die juristen zichzelf zouden toekennen, zoals Barendrecht stelt, heeft benoeming voor het leven niets te maken. Die benoeming is ook niet door rechters bepaald.

Gelukkig is het marktaandeel van de rechtspraak in het beslechten van (civielrechtelijke) conflicten klein. Waar mensen met elkaar te maken hebben, ontstaan conflicten en het is in eerste instantie hun eigen taak die op te lossen, al dan niet met behulp van derden.

Buitengerechtelijke geschillenbeslechting verschilt in één opzicht wezenlijk van rechtspraak en daar rept Barendrecht met geen woord over. Deze geschillenbeslechting vindt plaats op basis van vrijwilligheid van beide partijen. Onder het regiem van de rechtspraak echter kan ook de onwillige tegenstander in een procedure worden betrokken. Een rechterlijk vonnis kan zo nodig met behulp van ‘de sterke arm’ (politie) worden uitgevoerd.

De rechtspraak kan dus niet worden gemist, maar moet wel goed functioneren. Talloze malen is geprobeerd de civiele procedure te vereenvoudigen en te versnellen. Deze maatregelen hebben wel enig effect gehad maar niet afdoende. Verdere verbeteringen vereisen een creatieve en actieve wetgever die in samenspraak met wetenschappers, rechters en advocaten wijzigingen ontwerpt. Kortom, dit is de door Barendrecht genoemde omgeving waar rechtspraak systematisch verbeterd wordt.

Van zo’n omgeving is nu nog geen sprake. Gezien de achterstanden en overbelasting is het onbegrijpelijk dat het initiatief van de Stichting Geschillencommissies voor Consumentenzaken en kantonrechters om procedures te vereenvoudigen is stukgelopen op de weigerachtige houding van het ministerie van Justitie. Even onbegrijpelijk is dat de SER-commissie voor Consumentenaangelegenheden op 1 maart het kabinet heeft moeten oproepen stappen te zetten tot invoering van een eenvoudige procedure voor eenvoudige civiele zaken waartoe zij al in 2007 voorstellen had uitgewerkt.

Mr. J.E.A.A. ten Berg-Koolen

Oud-rechter en oud-voorzitter van een geschillencommissie consumentenklachten.