Powermoves op Monteverdi

Dansgezelschap ISH en muziektheatergroep Vocaal Lab brengen twee muzikale werelden samen.

„Hiphop is vol ironie. Dat past bij deze opera.”

MonteverdISH, Stichting Balls, VocaalLAB: Nienke Otten, sopraan | Laura Bohn, sopraan | Harm Huson, countertenor | Marijn Zwitserlood, bariton Regie & choreografie: Marco Gerris (ISH) Muzikale leiding: Arnout Lems & Romain Bischoff (VocaalLAB) Instrumentalisten: Israel Golani, theorbe | Ben Mathot, viool | Jörg Brinkmann, cello | Marcel Andriessen, percussie DJ/ uitvoerend compositie: Irie Weergang Bove (DJ Irie) Beatboxer / performer: Abdel Baaddi Breakdancers: Shailesh Bahoran, Robert Villedieu, Jeantry Duivestein, Thomas Krikken (3 april 2011), Carl Refos Ben van Duin

Aan de ene kant van de zaal beuken breakdancers hun schouders in de vloer – dóór de vloer. Ze tollen om hun as, op hun hoofd, gaan de mat met geweld te lijf. Machismo, spierkracht, energie – hun hoek van de zaal zindert. Aan de andere kant koestert oudemuziekspecialist Israel Golani teder de snaren van zijn teorbe, een langwerpig, luitachtig instrument uit de zestiende eeuw. Hier daalt het tempo, heeft de tijd eeuwen stilgestaan, en voel je: traditie, zorg, concentratie. Daar daagt de toekomst, hier manifesteert zich het verleden. Wie het tegelijk ondergaat in die ene zaal, duizelt het nogal.

De voorstelling Monteverdish is een ontmoeting van twee werelden. Die van de stoere-jongens-straatcultuur van dansgezelschap ISH, met hiphop en breakdance, en die van de oude muziek, van Monteverdi en diens opera L’Incoronazione di Poppea (1642). Delen uit de opera worden afgewisseld met eigentijdse elektronische muziek; een barokorkestje wordt bijgestaan door een dj. Die twee werelden bij elkaar brengen, klinkt misschien geforceerd: alsof de jeugd cultureel moet worden opgevoed, of opera moet worden opgeleukt met hiphop. Maar tijdens een repetitie lijkt geen van beide genres als excuus voor de ander te fungeren. De brug is muzikant Perquisite (Pieter Perquin), die sowieso met één voet in de klassieke muziek (componist, cellist) en één voet in de hiphopwereld (als voormalig lid van het duo Pete Philly & Perquisite) staat. Hij componeerde de muzikale intermezzo’s die Monteverdi naar het nu moeten halen.

Regisseur en choreograaf Marco Gerris van ISH is altijd op zoek om het repertoire van zijn dansers uit te breiden: hij mengt streetdance met klassieke cultuur, zoals in Shakespeares The Tempest en Herculish, naar de Griekse mythe over Herakles. Opera was nog niet bij hem opgekomen. Tot op een kunstfestival in Madrid een paar van zijn dansers in de kleedkamer begonnen te ‘jammen’ met jonge Duitse operazangers. „Toen bleek opera helemaal niet statisch en stoffig, maar juist dynamisch. Hun zang paste heel goed bij powermoves van de dansers; opera kan ook heel krachtig zijn.” Een samenwerking werd opgezet met Vocaal Lab: het ‘atelier voor innoverend muziektheater’ van Romain Bischoff en Arnout Lems. Gerris: „Wij gaven hun hiphopklassiekers, zij raadden ons opera’s aan, zo probeerden we een beetje gevoel voor elkaar te krijgen.”

De hiphop die Arnout Lems te horen kreeg, was een openbaring voor hem. „Ik dacht dat het allemaal heel heftig elektronisch was, maar hiphop is soms ook heel licht. Die opgewekte energie beviel me; er zit veel ironie in. Dat past wel bij deze opera, vind ik, die in zekere zin, met zijn belachelijke personages, ook behoorlijk komisch is.” Maar de dansers hadden aanvankelijk wel even iets van: ‘Eh, opera?’, volgens Gerris. Daarom organiseerden Lems en hij een ‘snuffeldag’, met een paar zangers en dansers samen in een repetitiestudio. „En dan maar improviseren: jij zingt iets, en jij danst daarop, het maakt niet uit wat je doet. Dat ging meteen goed.”

Muzikaal leider Arnout Lems bewerkte het libretto zó dat er vier personages resteren: Poppea de golddigger, Nero de machtswellusteling, de wijze Seneca die ten onder gaat, en de naïeve Ottone, die de liefde symboliseert. De vier dansers spelen de zwijgende alter ego’s van de zangers en zangeressen. Gerris en Lems husselen daarbij ook nog de sekseverhoudingen door elkaar. Nero wordt gezongen door een vrouw, Poppea wordt gedanst door een jongen. Lems: „Bij zo’n bewerking moet je wel respect hebben voor het origineel, maar niet te veel ontzag. Van Monteverdi hield ik de motieven van de hoofdpersonages erin, en bijvoorbeeld het slotduet. Maar er moest ook pure hiphop in. Dat bewerken is volgens mij echt in de geest van Monteverdi: die knipte en plakte wat af.”

Dansen op zeventiende-eeuwse operamuziek is iets anders dan de ISH-dansers gewend zijn, denkt Gerris. „Vaak zijn die breakdance-powermoves hard: hoekig en recht. Deze muziek vraagt om vloeiender bewegingen, ronder.” En om de driekwartsmaat. Danser Shailesh Bahoran (28): „Wij zijn vierkwartsmaten gewend, op de tel: tak-tak-tak-ták. Bij breakdance word je gestuwd door een heel duidelijke beat. Hier is het anders: ik vind de muziek moeilijker te voorspellen. Het lukt nu wel met tellen, maar echt voelen doe ik het nog niet.”

Nieuw is klassieke muziek niet voor Bahoran. Hij danste al eens op Poulenc en Saint-Saëns. „Fijn aan dansen op klassieke muziek is dat je niet zo wordt gedwongen door die beat. Nu kan ik dansen op mijn gevoel, op mijn adem.”

Ook voor de musici is het project een verrijking. Israel Golani (40) mag oudemuziekspecialist zijn en een hele reeks zeventiende-eeuwse instrumenten bespelen, hij wil zich als muzikant ook blijven ontwikkelen. Plus: „Ik hou van pop. Ik speel ook ukelele.”

In één opzicht voelt Golani zich in het ensemble echter achtergesteld: zijn instrument wordt niet versterkt – in het zestiende-eeuwse ontwerp zit nu eenmaal geen stekkeraansluiting. „Ik dacht: ik wil ook effecten!” Golani vond er iets op: nu beroert hij zijn snaren soms met een plectrum, of zelfs met een glas. „Dan klink ik als een elektrische gitaar. Als ik niet aan dit project had meegedaan, had ik nooit geweten dat dat kon.”

ISH en Vocaal Lab: Monteverdish

Première 8 okt. in Meervaart Amsterdam. www.balls.nl