Mark Rietman is fenomenaal als haatspuwende psychopaat

Gekluisterd van Enda Walsh door het Nationale Toneel. Regie: Johan Doesburg. Gezien: 5/10 (try-out). Inl. nationaletoneel.nl ****

Het is een inktzwart stuk, Bedbound (2000) van de Ierse toneelschrijver Enda Walsh (1967). Een vader en een dochter leven tot elkaar veroordeeld in een krappe kamer, op en rond het bed. Zij heeft polio en een ontwikkelingsachterstand omdat ze al tien jaar lang de kamer niet heeft verlaten. Hij verkiest juist de kamer als schuilplaats. Ooit succesvol, met een keten eigen meubelzaken, heeft hij alles voor zichzelf verpest door zijn niet te onderdrukken haat en agressie jegens anderen, de buitenwereld. Hij vertelt haar zijn verhaal, zij hem het hare. Misschien, heel misschien, brengt dat ze dichter bij elkaar.

Gekluisterd, heet het in de adembenemende vertaling van Marcel Otten. Die schiep een waar Nederlands equivalent voor de snoeiharde tekst; genadeloos en tegelijk virtuoos in zijn taalgeweld. In van haat doordrenkte taalvondsten schept de vader zijn sadistisch universum. In die woedende taal schuilt een grote poëzie.

Het toneelbeeld is al even krachtig en meedogenloos: een kleine, benauwende, helwitte doos die de kamer voorstelt. In het midden het bed, met smoezelig matras, en vaal, vergeeld beddengoed. Dit is het domein van de dochter, gespeeld door Sophie van Winden. Onherkenbaar toegetakeld is zij; bleek, met diepe, donkere wallen en een lam been. Ze speelt de kinderlijke dochter overtuigend: soms onzeker, dan weer sterk. Om het bed heen beent Mark Rietman als de vader. In een woedende monoloog, onderbroken door poëtische interrupties van haar, komen wij gaandeweg achter zijn gewelddadige verleden.

Hij is een snoeiharde, ambitieuze selfmade man, vol haat voor iedereen die hem op zijn carrièrepad in de weg stond. Dat leidde tot schokkende geweldserupties waar hij bijna onverschillig over vertelt. Zo ook over de vrouw die hij koos, omdat dat goed was voor zijn carrière, en de ziekelijke dochter die hij kreeg, in plaats van de gewenste zonen. Rietman is fenomenaal als haatspuwende psychopaat, voor wie je, dankzij heel korte inkijkjes in zijn zwarte ziel, toch een piepklein beetje sympathie krijgt.

Deze harde, gevoelloze ondernemer kon eenvoudig de ziekte van zijn kind niet aan, lijkt het. Als zijn carrière is mislukt, begint hij muren te bouwen in hun huis. Muren die hij tussen zichzelf, zijn dochter en haar moeder plaatst, omdat hij niet om kan gaan met het verdriet. Muren waarmee hij zijn gevoel afschermt. Alsmaar blijft hij bouwen, alsof hij ze inkapselt, alsof hij de gevoelens die hij toch heeft inkapselt. Dan sterft de moeder, en komt het tot een confrontatie met zijn dochter. Een verwarrende, roerende confrontatie. De twee zijn nu tot elkaar veroordeeld, en dat is even gruwelijk als hoopvol.