Magie van democratie en mensenrechten lijkt uitgewerkt

Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg dreigt te worden verstikt. Zowel politiek, door groeiende kritiek, als logistiek, door een niet aflatende toevloed van zaken. Dat is ernstig, want het Hof is de enige rechter waar de burger direct wetgeving aan universele beginselen kan laten toetsen.

Incidenteel grijpt het Hof direct in de rechtsorde van de lidstaten in. ‘De’ politiek voelt zich dan vaak verongelijkt. Het talent om gewoon te incasseren is in veel landen al ingeruild voor ongeduld en ergernis.

Zo is het Hof toetssteen en boksbal tegelijk. Ook bij het Nederlandse kabinet is het ongenoegen manifest. Justitie zucht onder de dure verplichting om verdachten al op het politiebureau van een gesubsidieerde advocaat te voorzien. En er is irritatie over bevelen van het Hof om individuele vluchtelingen (nog) niet uit te zetten. In een senaatsdebat in mei gebruikte minister Rosenthal (Buitenlandse Zaken, VVD) harde taal. Het Hof zou „zijn gezag verzwakken” door zaken te behandelen die „slechts op perifere wijze verband houden met mensenrechten”.

Het kabinet komt nu met een paar radicale suggesties om de druk uit (en op) Straatsburg te verminderen. Zo moet het uit zijn met het gratis klachten indienen zonder advocaat. Negen van de tien zijn nu al niet ontvankelijk. Die zaken zouden voorkomen moeten worden. Wie er toch mee doorgaat, verdient een boete. En advocaten die Straatsburg als actiemiddel gebruiken – om ‘zand in de machine’ te gooien en de lidstaat tot het maken van kosten dwingen – zouden disciplinair gestraft moeten worden. Het gezag in Nederland laat zijn tanden zien. Het unieke, laagdrempelige karakter van deze hoogste rechter wordt met harde hand afgebroken. Kennelijk is de magie van de democratische idealen en het hoge belang van de mensenrechten uitgewerkt.

Het kabinet wil zelfs de interpretatievrijheid van de hoogste rechters inperken. Het Comité van ministers in Straatsburg moet vaker de normen uit het verdrag „aanvullen of verduidelijken”. Het zegt vroom te vrezen voor een „te geïsoleerde positie” van het Hof, maar betrekt dat niet op zichzelf. Een „zo klein mogelijke afstand tussen het Hof en de politiek-maatschappelijke actualiteit” acht Den Haag gewenst.

Nu is dit niet de eerste trek- en duwpartij tussen de wetgevende en rechtsprekende macht. Het hoort gewoon bij de ‘checks and balances’ van de trias politica. En de rechters zullen zich heus niet laten warm wrijven door de politiek. Maar een zo „klein mogelijke afstand” tussen mensenrechtspraak en politiek bepleiten? Dat is alleen gewenst als béíde partijen bewegen.

Reageren? Nuanceren en argumenteren verplicht. Volledige naamsvermelding.