Liberty Square verovert de VS

Het tentenkamp in het centrum van New York bleef eerst onopgemerkt. Maar de protestbeweging breidt zich nu uit naar andere steden in de VS. De mondialisering van de boze burger is een feit.

NEW YORK, NY - OCTOBER 05: A protester affiliated with the Occupy Wall Street movement kisses Sylvia Jordan (R) before marching through Lower Manhattan on October 5, 2011 in New York City. Thousands of protesters including union members and college students from an organized walkout joined today's rally and march. Mario Tama/Getty Images/AFP == FOR NEWSPAPERS, INTERNET, TELCOS & TELEVISION USE ONLY == AFP

Het is een beweging zonder leiders, zonder eenduidig doel, maar ze delen één groot gevoel: verontwaardiging.

Elke dag verzamelen zich vele honderden actievoerders op Foley Square dat zij hebben omgedoopt tot ‘Liberty Square’: een plein in het hart van het financiële centrum van New York. Ze zetten een tent op, slapen in de open lucht, bekijken elkaars spandoeken of zoeken de discussie op. Er wordt gezongen, gedanst, en gedebatteerd.

Occupy Wall Street, zoals de beweging zichzelf noemt, groeit hard. Volgens de organisatie hebben de acties zich uitgebreid naar zeker 30 Amerikaanse steden, als Boston, Kansas City en Los Angeles. Gisteren sloten enkele grote vakbonden en universiteiten zich aan bij de protesten. Gezamenlijk hielden ze de grootste demonstratie sinds de protesten half september begonnen. Enkele tienduizenden mensen sloten zich hierbij aan.

Op het plein koesteren de demonstranten een sfeer van collectivisme: ze delen elkaars boeken in een geïmproviseerde bibliotheek, er wordt eten rondgedeeld. Toespraken worden niet versterkt, maar de aanwezigen vormen een collectieve geluidsinstallatie. Iedere zin van een spreker wordt nagepraat door iedereen die het kan horen, zodat het hele plein de speeches meekrijgt.

De meeste demonstranten zijn jong, maar hebben verder weinig gemeen. Er komen hoog- en laagopgeleide Amerikanen op af. Teleurgestelde Democraten, mensen die werkloos zijn geraakt, anarchisten, of mensen die zeggen dat ze genoeg hebben van de economische en politieke leiding. De afkeer van instituties als banken en het Congres leeft breed in Amerika. Volgens bureau Gallup heeft maar 23 procent van de Amerikanen vertrouwen in de financiële sector. Ook het Congres en de president scoren historisch laag. Een woordvoerder zei gisteren: „Wij staan voor de 99 procent van de Amerikanen die te lijden hebben gehad van de economische crisis, die hard moeten werken en eerlijk geld proberen te verdienen. De bankiers, de politici, dat is de ene procent die profiteert van de ellende. Zij hebben wat uit te leggen.”

Terwijl de beweging groeit, neemt ook organisatiegraad toe. Er moeten ideeën komen, standpunten. Er zijn werkgroepjes gevormd, die op Liberty Square samenkomen om te discussiëren.

Ze praten over onderwerpen als Wall Street, of de media, en beslissen via handopsteken. Er is een manifest gepubliceerd op de website van Occupy Wall Street, waarin de activisten zeggen waar ze zich tegen richten: hebzucht in de financiële sector, de werkloosheid van ruim 9 procent, en ongelijke kansen.

Ook het politieoptreden, vorige week, wordt vaak genoemd als reden om mee te demonstreren. De politie arresteerde zaterdag circa 700 demonstranten, en gebruikte volgens de demonstranten onnodig geweld.

De beweging begon klein en min of meer bij toeval. Een Canadees tijdschrift had deze zomer opgeroepen Wall Street te bezetten uit protest tegen de groeiende ongelijkheid in de Verenigde Staten.

In september begonnen de eerste demonstraties. De organisatie zegt dat de protesten zijn geïnspireerd door de sociale onrust in de Arabische wereld, en landen als Spanje en Israël. Groot verschil met bijvoorbeeld Egypte is wel dat daar een brede volkswoede ontstond die zich richtte op één doel: het aftreden van president Mubarak. De massale protestbeweging in Israël ging over de gestegen woonlasten, maar lijkt over haar hoogtepunt heen.

De activisten in New York zeggen dat ze blijven, ook als de herfst slapen in de open lucht minder aangenaam maakt. Dat roept de vraag op hoe lang de beweging zichzelf gemotiveerd houdt, als er geen tastbare resultaten zijn. Maar vooralsnog groeit de beweging alleen maar. Bekende linkse stemmen als schrijver Naomi Klein en filmmaker Michael Moore hebben zich er achter geschaard.

Mogelijk slaat de geest van Liberty Square definitief over naar de universiteiten en vakbonden. Occupy Wall Street kan dan uitgroeien tot een politieke pressiegroep naar analogie van de (conservatieve) Tea Party. Ook die beweging begon als een losse verband van ontevreden burgers, maar werd een belangrijke politieke factor voor de Republikeinen.