Korten op de huisarts is riskant

Er is dezer dagen in de regering nauwelijks een belangrijkere én complexere portefeuille denkbaar dan die van volksgezondheid.

De kosten voor de zorg worden onbeheersbaar door de vergrijzing, de mede daardoor dreigende schaarste aan nieuw personeel en door de technologische vooruitgang die steeds meer mogelijkheden biedt.

Tegelijkertijd wil de burger niet dat er wordt beknibbeld op zijn gezondheid, in de meeste enquêtes als het hoogste goed beschouwd. Zorg voor zieken, kinderen en ouderen wordt alom gezien als de lakmoesproef van onze beschaving. Geld speelt dan ineens minder een rol.

Laat vooropgesteld zijn dat de bewindspersoon die voor dit dilemma staat, een herculische taak heeft. Ook omdat er niet één organisatorisch of ideologisch model is, zoals minister Schippers (VVD) terecht zegt. Maar consequent redeneren is wel geboden. Daarvan geeft Schippers geen blijk met haar voornemen om, bij wijze van compensatie van overschrijdingen, 132 miljoen euro op de huisartsenzorg te korten. Want wat staat er in het regeerakkoord waarvoor zij getekend heeft? „Het kabinet zet in op betere basiszorg dichter bij huis”, op het netwerk van „huisartsenzorg, wijkverpleegkundigen, thuiszorg, apothekers, fysiotherapeuten en regionale ziekenhuizen.”

Het is dus niet gek dat duizenden huisartsen vandaag betoogd hebben tegen het beleid van Schippers, die wel extra geld reserveert voor specialisten en ziekenhuizen. Door het uit de hand gelopen honoreringssysteem (dbc) bedroegen de overschrijdingen daar een veelvoud. De tweede lijn heeft kennelijk beter onderhandeld.

Dat is niet het enige. Aan de orde is ook een beproefd systeem, waarin de eerste lijn de primaire zorg voor zijn rekening neemt. De huisartsen handelen voor 4 procent van het budget 96 procent van de zorgvragen af. Dat is een wat demagogische rekenwijze. Een deel van die vragen was niet gesteld als er geen huisartsen waren. Maar de gedachtegang klopt.

De huisartsen voorzien dat de korting van Schippers leidt tot het afstoten van de (paramedische) praktijkassistenten die de dokter nu tegen een lagere prijs werk uit handen nemen. Het gevolg zal zijn dat de huisarts sneller doorverwijst naar een ziekenhuis of specialist. De proef op de som is nooit genomen. Maar een imaginair rekenvoorbeeld van de Landelijke Huisartsenvereniging geeft te denken. Als elke huisarts één keer per week één patiënt niet zelf behandelt maar doorverwijst, kost dat jaarlijks 200 tot 400 miljoen euro extra. Dat klinkt plausibel.

Hoe je het ook wendt of keert, de tweede lijn is altijd duurder dan de brede eerste lijn. Schippers neemt daarom een groot budgettair risico met haar kortingsplan. Er zijn immense financiële problemen. De huisartsen kunnen daarbij niet buiten schot blijven. Maar laat de minister eerst het uitgangspunt van haar eigen regeerakkoord serieus nemen.