'Knotsgekke' fusie nekt Dexia opnieuw

Dexia dreigt als eerste Europese bank om te vallen door de schuldencrisis. De betrokkenheid van vele ex-politici bemoeilijkt een snelle redding van de bank. Portret van een mislukte lat-relatie.

In 2008 onderuit gegaan tijdens de kredietstorm. En nu het slachtoffer van de schuldencrisis. Waaraan heeft Dexia die twijfelachtige historische eer te danken?

Engelsen hebben er maar één woord voor: barmy (knotsgek). Zo noemde het Britse zakenblad The Economist ooit het bedrijfsmodel waarmee Dexia in de jaren vóór de kredietcrisis zijn groei had gerealiseerd. En voor veel Angelsaksiche beleggers is het een raadsel hoe de Frans-Belgische bank voor een tweede keer uit de gevarenzone kan worden geloodst.

De kern van de problemen waarmee Dexia (38.000 werknemers) worstelt, ligt in het bizarre huwelijk dat Belgen en Fransen in 1996 met elkaar sloten om beter voorbereid te zijn op de komst van de monetaire unie in Europa. Dat nam toen de vorm aan van een lat-relatie. Een onderling belang tussen beide partners, waarbij ieder zijn eigen identiteit behoudt: enkel op de internationale markt wordt samen opgetreden.

Die fusie was een virtuele operatie. Dexia Belgium was op de Brusselse beurs genoteerd, en Dexia France op de Parijse. Het idyllische idee van ‘gescheiden samenleven’, bleef niet lang overeind. In 1999 versmolten beide onderdelen tot één holding (Dexia) met een overkoepelende bestuurslaag. De juridische fusie was een feit, maar de dualiteit tussen Fransen en Belgen bleef.

Beide bloedgroepen hadden een andere visie op groei. Dexia moest in de ogen van Parijs uitgroeien tot een wereldwijde speler in het premier métier: de financiering van lokale besturen. Dat de bank daarvoor niet over voldoende stabiele middelen beschikte – de spaardeposito’s van klanten – vormde geen bezwaar. Dexia Crédit Local de France verstrekte grote leningen en liet het grootste deel van die portefeuille (her)financieren op de interbancaire of geldmarkt. Vertrouwen was daarbij het smeermiddel, terwijl Dexia Bank België zijn activiteiten vooral financierde met geld afkomstig uit het kantorennet.

Terwijl Dexia Bank België op een traditionele manier bleef bankieren, lieten de Fransen lucht lopen in een geweldige zeepbel. Overal ter wereld werd de financiering van lokale besturen fors uitgebreid – zelfs tot in China waren er plannen – en een groot deel van die groei verliep op geforceerde wijze. Was er niet genoeg vraag naar kredieten door lokale besturen, dan kocht Dexia gewoon overheidspapier bij op de markt, zei Dirk Bruneel, gewezen topman van Dexia Bank Nederland (die destijds de problemen met aandelenleaseproducten moest aanpakken), hierover onlangs tegen de Vlaamse krant De Standaard.

In 2000 verwierf Dexia de Amerikaanse kredietverzekeraar FSA, op dat moment een bedrijf met een triple-A status. De geloofwaardigheid van die dochter werd voor het Dexia-bestuur de gedroomde hefboom om de portefeuille met financiële producten verder te vergroten. Steeds meer verplichtingen en beleggingen werden op de balans geladen, wat Dexia in de bancaire gloriejaren 2005 tot 2007 gigantische nettowinsten opleverde – tot ruim een derde van de omzet. Maar ook de behoefte om die verplichtingen bij derden (andere banken) te financieren, groeide op fenomenale wijze.

In de zomer van 2007 kwamen de eerste zandkorrels in het raderwerk. In het najaar van 2008 volgt de klap: Lehman Brothers ging failliet. Acuut wantrouwen onder de banken legde de geldhandel droogt en Dexia moest door de overheid gered worden. De Fransen reageerden bliksemsnel. Ze regelden met de Belgische en Luxemburgse overheid een kapitaalinjectie en waarborgen, maar versterken ook hun greep op de bank door een wissel van het bestuur.

De nieuwe bestuursvoorzitter Pierre Mariani, oud-medewerker en vertrouweling van president Sarkozy, wist wat hem te doen stond: de groep bij elkaar houden. Want de Belgische tak financierde zowel op een directe manier de Franse balans – via een overdracht van spaargeld van klanten –, als op indirecte wijze: Belgische activa werden verpand om geld vrij te maken voor Frankrijk. En in Brussel sijpelde stilaan het besef door dat het financieringsmodel van Dexia Crédit Local de France de groep als een molensteen om de nek hing.

Ironisch genoeg vielen aan Belgische zijde de grootste klappen. Mariani voerde een brede sanering door die vooral Dexia Bank België – een retailbank met heel wat filialen en personeel – trof. En de Belgen leverde ook het grootste deel van de overheidsgaranties (60 procent) om de bank overeind te houden. België kon geen vuist maken, omdat zijn aandeelhouders – de Gemeentelijke Holding, Arco en Ethias: goed voor 33 procent van de aandelen – financieel verzwakt waren en hopeloos verstrikt in een politiek kluwen.

En dat is vooral zichtbaar in de Gemeentelijke Holding. In 1996 verankerden circa 600 Belgische steden, gemeenten en provincies hun Dexia-aandelen in deze holding. Maar in het najaar van 2008 klopte diezelfde holding aan bij de overheid, omdat de Dexia-aandelen die als onderpand waren gebruikt voor een schuldenlast van 1,8 miljard euro, fors in waarde waren gekrompen. Plots dreigde er een financiële strop voor honderden lokale besturen. De Fransen maakten van die angst handig gebruik om de macht in het concern naar zich toe te trekken.

Ook partijpolitieke belangen spelen een rol. Groep Arco, de financiële holding van de christelijke werknemersbeweging ACW, is voor een groot deel van zijn inkomsten afhankelijk van Dexia. Dat oud-premier Jean-Luc Dehaene, een CD&V’er van ACW-strekking, drie jaar geleden werd benoemd tot voorzitter van de groep Dexia, is volgens ingewijden geen toeval. Hij moet ervoor zorgen dat de inkomsten van het ACW – nog steeds de belangrijkste zuil binnen de christen-democratische partij – verzekerd blijven.

Een andere partijpolitieke factor is Ethias. Via deze derde verzekeraar van het land lopen er politieke lijnen naar de socialistische familie, zowel in het noorden als het zuiden van het land. Die politieke verwevenheid heeft ervoor gezorgd dat Dexia – met 27 procent van de aandelen genoteerd op de beurs – nooit als een normaal bedrijf heeft kunnen functioneren. De vraag of een huwelijk tussen het Franse en Belgische Dexia nog zin had, stelde zich eigenlijk al in 2008. „Dexia Crédit de France kan je beschouwen als de bad bank van Dexia”, zei Bruneel vorige maand, en hij vertolkte daarmee wat vele Belgen nooit openlijk hebben durven zeggen.

Europese stresstests waren niet in staat om de vinger op de wonde te leggen. Toen was een haircut (afwaardering) van Grieks staatspapier nog ondenkbaar. En niemand verwachtte dat de interbancaire markt opnieuw droog kon vallen. De opsplitsing van Dexia is nu nog de enige uitweg.