IMF twijfelt: ingreep in crisis eurozone of niet

Het was ‘hypothetisch’, maar de uitspraak van IMF-directeur Borges over het eventueel opkopen van Europese staatsobligaties zorgde voor veel ophef.

Gaat het Internationaal Monetair Fonds zich nog meer bemoeien met de Europese schuldencrisis. Of toch niet?

De uitspraken van IMF-directeur Antonio Borges gisteren in Brussel hebben voor ophef en onduidelijkheid gezorgd. Borges besprak de manieren waarop het IMF de eurozone zou kunnen bijstaan. Volgens Borges behoort het tot de „hypothetische” mogelijkheden dat het IMF staatsobligaties van Europese probleemlanden opkoopt. „Het zou kunnen en mag niet uitgesloten worden”, aldus de Portugese IMF-directeur.

Een grotere betrokkenheid van het IMF in de schuldencrisis zou goed zijn voor het terugwinnen van vertrouwen in probleemlanden, redeneerde Borges. Het IMF zou staatsobligaties van Italië en Spanje op kunnen opkopen in ruil voor toezeggingen de economie te hervormen zoals het IMF dat wil. Met een stempel van goedkeuring van het IMF zullen beleggers sneller de bezuinigingsplannen van Italië en Spanje vertrouwen en de obligaties weer durven kopen. Het is dan de bedoeling dat de staatsleningen als minder riskant gezien worden op de markten. Dat is weer goed nieuws voor Europese banken, zoals het Frans-Belgische Dexia, die onder vuur liggen omdat ze veel mediterrane obligaties hebben.

Toen Griekenland vorig jaar voor het eerst noodsteun nodig had, waren de meningen verdeeld of betrokkenheid van het IMF in Europa wenselijk was. De eurozone moet in staat zijn haar eigen problemen op te lossen en heeft geen hulp van buitenaf nodig, vond onder meer Jean-Claude Trichet van de Europese Centrale Bank. De betrokkenheid kwam er toch. Het IMF leende aan Griekenland, Ierland en Portugal, maar de eurozone leidde wel gezichtsverlies. Dat maakte de Russische onderminister van Financiën Storchak duidelijk met een opmerking op de jaarvergadering van het IMF twee weken geleden. Storchak: „Wij praten liever niet over steun of hulp aan de eurozone. Het is beter om te stellen dat wij samen met onze Europese partners problemen aanpakken”.

Borges trok gisteren zijn opmerkingen snel in. Er is nog niet gesproken met de 187-leden van het IMF over een andere soort steun aan de eurozone, aldus de IMF-directeur.

Het is duidelijk dat het IMF worstelt met de schuldencrisis. Aan de ene kant wil het Fonds meer doen, want de Europese crisis bedreigt de stabiliteit van de wereldeconomie. Aan de andere kant klagen grote opkomende economieën dat de eurozone disproportioneel veel geld heeft gekregen van het IMF.

De eurozone is zelf ook verdeeld. Na de problemen bij de Dexia lijkt er consensus te zijn dat voorkomen moet worden dat de staatsschuldencrisis uitmondt in een bankencrisis vergelijkbaar met de situatie na de val van Lehman Brothers in 2008. De Duitse kanselier Merkel zei gisteren dat „er weinig tijd” is om met een gecoördineerd plan voor de banken te komen. José Manuel Barroso zei vandaag dat zijn Europese Commissie werkt aan een voorstel hoe Europese banken te herkapitaliseren.

Waarschijnlijk zal eerst een derde ronde stresstests worden uitgevoerd om te kijken hoeveel kapitaal ze nodig hebben als probleemlanden in betalingsproblemen komen. In de stresstests van afgelopen zomer weigerden toezichthouders dat scenario mee te nemen. Hierdoor slaagden 82 van de 90 geteste banken, waardoor de resultaten door beleggers niet serieus genomen werden.

Het IMF en analisten van banken verwachten dat tussen de 92,4 en 200 miljard euro nodig is voor de banken. Leiders in de eurozone zijn het vooralsnog oneens waar het benodigde geld vandaan moet komen. Frankrijk, met een paar grote banken met stevige portefeuilles Zuid-Europese staatsobligaties, wil het liefst dat Europese middelen zoals steunfonds EFSF worden ingezet. Als Frankrijk zelf te veel geld moet vrijmaken voor de banksector kan de kredietbeoordeling op het spel staan. Als Frankrijk de hoogste AAA-rating verliest zal dit de crisis vele malen erger maken. Landen met meer geld ter beschikking en minder probleembanken zien liever dat nationale overheden banken in hun land steunen. Duitsland lijkt daar voorstander van. Een gecoördineerde actie hoeft nog geen Europese aanpak te zijn.