Hoe zit het in andere landen?

De Nederlandse huisarts is de laatste twintig jaar minder gaan verdienen (gecorrigeerd voor inflatie). Toch behoort hij tot de best verdienende huisartsen van Europa. Zo kreeg hij in 2005 (de meest recente studie) gemiddeld ruim 74.000 euro, terwijl zijn Belgische collega het met 24.000 euro moest doen en de Fransman met 52.000. De Britse huisarts verdiende het meest: 124.000 euro. Maar dat had te maken met een nieuw beloningssysteem gebaseerd op ‘behaalde doelen’ – die per ongeluk bijna alle Britse huisartsen wisten te halen.

Dat de Nederlandse huisarts net als de Deense en de Britse relatief veel verdient, is een bewuste keuze. Het moet ervoor zorgen dat goede artsen niet alleen specialist, maar ook huisarts willen worden. In tegenstelling tot bijvoorbeeld België, waar huisartsen weinig verdienen en de eerstelijnszorg relatief zwak is.

Opvallend: van alle Europese landen heeft de Nederlandse huisarts verreweg de meeste patiënten onder zijn hoede. In 2005 waren dat er gemiddeld 2.529. Franse huisartsen hadden gemiddeld 605 patiënten, de Belg 860 en de Brit 1.415. De druk op de Nederlandse huisarts is dus relatief hoog. Toch blijkt niet dat de kwaliteit van de zorg daaronder lijdt. Al waren er de laatste jaren wel veel klachten over de telefonische bereikbaarheid van huisartsen.