Hoe koop je je geweten af?

Studenten voor de Veer Stichting beschouwen dit jaar de samenleving.Thema: ‘alles is economie’.

Ook de liefde is onderhevig aan marktbeginselen, constateert Hendrik Aan in zijn winnende essay.

Mijn grootmoeder woont reeds enkele maanden in een verzorgingstehuis. Wij zorgen niet voor haar. Wij zoeken haar twee keer per week op en voelen ons daarmee goede familie. De moderne economie en haar nadruk op schaalvoordelen hebben mijn grootmoeder veroordeeld tot verzorging door vreemden. Mijn oma betaalt mensen die ze niet mag om haar te wassen, naar de wc te brengen, haar eten te geven, haar in te stoppen.

Dat zijn schaalvoordelen: je geeft steeds meer van jezelf weg totdat je alleen dat ene overhoudt waarin je heel goed wilt zijn. Daarmee verdien je je brood, waarmee je de rest kan betalen om dat te doen waarvoor zij gekozen hebben. Mijn oma is vijfenveertig jaar lang verpleegster geweest. Ze heeft daar wat aan over gehouden, maar niet veel. Nee, waar ze rijk van is geworden, waarvan ze nu de mensen die voor haar zorgen betaalt, dat is het overlijden van mijn grootvader. Ik heb hem nooit gekend, maar ik heb van zijn overlijden geleefd, omdat hij dood ging op een moment dat de regeling voor weduwes van dokters bijzonder goed geregeld was.

Van zijn geld kon mijn moeder een oppas voor mij betalen, waardoor zij zelf psycholoog kon zijn. Zo geven we steeds meer van onszelf weg. Mijn ouders houden van koken, dat hebben ze niet weggeven, maar een klein bezoek aan de kant-en-klaar-afdeling van de Albert Heijn volstaat voor voldoende inzicht in de hoeveelheid mensen die dat aan anderen over laten. Ik kan ook een beetje koken. Ik heb mezelf dat net voldoende aangeleerd om enige indruk op meisjes te kunnen maken. Minimale moeite, maximaal rendement, economie.

Toen ik nog single was, stond ik met enige regelmaat ’s avonds in een club drankjes te kopen voor meisjes met wie ik naar bed wilde. Ik was nooit erg succesvol en mijn seks per euro rendement was waarschijnlijk hoger geweest als ik het in de rode buurt had geprobeerd, maar het kost wat meer lef dan ik heb om je echt aan de economie over te geven. Ik was te bang dat mijn christelijke vader er achter komen zou.

Mijn vader is een bekende Nederlander. Goede doelen betalen hem bakken met geld om een spotje te doen voor ze. Geld dat mensen betalen aan het goede doel om goede dingen mee te doen, wordt gebruikt om nog meer fondsen te werven. Er is een markt voor mensen die hun geweten willen verlichten en bij een markt hoort marketing. Zo geven we ons geweten weg aan goede doelen opdat die, specialisten die ze zijn, tegen een kleine betaling er beter mee omgaan dan wij.

Zo bezien is het bijna immoreel om verslag te doen van het salarissen van de directeuren van goede doelen: mensen betalen deze lui om hun geweten over te nemen, een geweten dat pas weer bij ze terugkomt op het moment dat ze weten dat die goede doelen goed van hun geld leven in plaats van er goed mee doen. Dat is nog eens kapitaalvernietiging: al die mensen kopen hun geweten af, en één lullige journalist komt langs op zoek naar hun verhaal en bezorgt en passant al die mensen hun geweten terug. Maar de verslaggever moet ook leven, economie.

Zo verdient de verslaggever veel geld, waarmee hij zich kant-en-klaarmaaltijden en een oppas voor de kinderen en een verzorgster voor zijn moeder kan veroorloven. Om te voorkomen dat hij zich ’s avonds afvraagt waar hij mee bezig is, maakt de verslaggever de sudoku’s uit de krant en doneert hij geld aan een kinderdorp in Sri Lanka. Zo zet je wat je hebt op de markt en kijk je wat je er voor terug kunt krijgen. Het maakt ons efficiënter, in economische zin dan. En wie zal zeggen of we, omdat we nu ouder worden en we langer thee uit China en vlees uit Argentinië en de hoeren van de Wallen kunnen blijven consumeren, ook beter af zijn? Maar wie denkt dat de liefde buiten de economie staat, doet dat alleen maar opdat hij efficiënter kan handelen.

Hendrik Aan is een pseudoniem. Hij heeft hiervoor persoonlijke redenen. Zijn naam is bekend bij de redactie.