Het Pools succes loop je zo voorbij

Polen is de uitzondering in de Europese crisissfeer. Polen worden rijker en losser. Maar kleermaker Janusz, fameus om z’n maatpakken, is zeer bezorgd. Om de verkiezingen.

Shoppers visit a shopping mall in downtown Warsaw, Poland, Tuesday, Aug. 30, 2011. Poland's economy grew 4.3 percent year-on-year in the second quarter, a slight slowdown over previous quarters but still one of the strongest growth rates in Europe. (AP Photo/Alik Keplicz) AP

Het succes van Polen loop je gemakkelijk voorbij. Het atelier van kleermaker Janusz Wisniewski is verstopt in een zijstraatje in de stad Gdynia, vlakbij Gdansk. De zaak gaat schuil achter een bruin getinte winkelruit, maar daarachter verbergt zich weelde. Maatpakken van de fijnste stoffen, van soms duizenden euro’s, hangen hier in het klassieke houten interieur.

Wisniewski zit aan zijn bureau en haalt een blauw lapje tevoorschijn, rustend in een leren mapje met een exclusief ogend zilveren opschrift. „Moet je voelen”, zegt hij. „Dit is mijn beste materiaal. Het kost 1.200 euro per vierkante meter.”

Wisniewski’s atelier mag klein zijn – het beslaat hooguit dertig vierkante meter – zijn onderneming reikt ver. De vijftiger, op en top de deftige ambachtsman, bedient klanten uit alle windstreken. Zakenmannen, filmsterren en politici in de VS en China, Arabische oliesjeiks. Maar de laatste paar jaar, vertelt Wisniewski, levert hij ook steeds meer aan Polen zelf. „90 procent van mijn klanten is nu Pools.”

Trots vertelt hij dat de voorzitter van het Europees Parlement, de Pool Jerzy Buzek, zich hult in zijn pakken. Ook de vorig jaar bij een vliegramp omgekomen president Lech Kaczynski droeg het liefst een echte ‘Wisniewski’.

Wisniewski ziet de nieuwe Poolse hang naar stijl van eigen bodem als teken van de voorspoed in zijn land. De Poolse economie groeide, vooral na de toetreding tot de EU in 2004, razendsnel, soms met meer dan 10 procent per jaar – ver boven het Europese gemiddelde. Ook toen de rest van Europa in een recessie wegzonk, ging de vooruitgang door. „Het gaat steeds beter. Dat zie ik aan mijn klanten”, zegt Wisniewski.

In heel Polen is die vooruitgang te zien. Net als in andere steden domineren in Wisniewski’s eigen stad, in Gdansk en in de badplaats Sopot, getimmer en snerpende slijptollen. Onophoudelijk wordt gebouwd en gerenoveerd, aan kantoren, flats, wegen en spoor- en tramlijnen.

In het historische centrum van Gdansk huizen in statige panden dure kledingzaken en Italiaanse en Thaise restaurants, die ‘bewuste’ en ‘gezonde’ menu’s aanbieden.

Amerikaanse projectontwikkelaars hebben hun zinnen gezet op het havengebied. De karakteristieke kranen moeten plaatsmaken voor luxe appartementen. De stad van havenarbeiders en Solidarnosc is een stad van botoxklinieken en sushibars geworden.

Toch heeft Wisniewski zorgen. Door de mondiale crisis heeft hij de laatste jaren veel klanten uit het buitenland zien verdwijnen. En nu zijn eigen land moderner wordt, gaan mensen zich ook informeler kleden. „De levensstijl verandert”, zegt hij. „In theaters dragen veel mannen geen pakken meer, terwijl dat vroeger plekken waren waar je netjes gekleed ging. Mensen worden losser.”

Maar wat hem nog meer verontrust, zijn de komende verkiezingen. Zondag kiest Polen een nieuw parlement. En als het om de welvaart gaat, ligt er gevaar op de loer, denkt hij.

Tot voor kort leek het nog zeker dat de partij van de liberale premier Donald Tusk, de partij die volgens experts een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan de Poolse groei, ging winnen. Maar de laatste dagen is de partij van de conservatieve oppositieleider Jaroslaw Kaczynski, de tweelingbroer van de omgekomen president, fors ingelopen in de peilingen, volgens sommige zelfs tot op minder dan 3 procent.

Recht en Rechtvaardigheid, de partij van Kaczynski, kan bogen op een stemvaste kiezersschare, voornamelijk ouderen en mensen op het platteland.

Tusks Burgerplatform daarentegen lijkt moeite te hebben met het mobiliseren van zijn meer liberale electoraat.

Veel jongeren vinden Tusks hervormingen niet ver genoeg gaan, bijvoorbeeld als het gaat om het terugdringen van de invloed van de kerk. Een alternatief voor Tusk vormt de Palikot-beweging, een liberale afsplitsing van het Burgerplatform. De partij voert campagne met dildo’s en pistolen, een verwijzing naar de politie die niets deed nadat een agent beschuldigd werd van verkrachting.

Andere jongeren zijn voor Tusk moeilijk benaderbaar, want ze zijn apolitiek. Neem de 25-jarige internetondernemer Dominik Bledzki – kaal, brilletje, zwarte trui met ruitjesmotie.

Wie er ook aan de macht komt, veel verandert er niet, vertelt hij in zijn zwarte stationwagon, terwijl hij een bijeenkomst van de Rotary Club in Gdansk verlaat. Politici zijn politici, zegt Bledzki. „Die zorgen niet voor mij. Dat moet ik zelf doen.” Om die reden is hij niet heel gemotiveerd om te gaan stemmen, zegt hij.

Eerder gaat zijn aandacht uit naar het welslagen van zijn jonge onderneming, een internetbedrijfje dat software wil leveren aan bedrijven die zaken willen doen met Chinezen, zodat ze kunnen checken of hun partners wel bonafide zijn. Hij is zojuist begonnen in de Poolse markt en wil over zes maanden ‘internationaal gaan’. „Maar ach, als het mislukt, dan begin ik gewoon weer iets anders”, lacht hij.

In zijn kleine atelier schudt kleermaker Wisniewski meewarig zijn hoofd. „Die jongeren zijn alleen in geld geïnteresseerd. Ze missen een bredere blik.”

Maar, zegt hij, hij begrijpt het ook wel. „Ze groeien op in een compleet andere wereld, waarin zo veel zo snel verandert. Ze weten niet meer dat politiek ook goed voor ze kan zijn.”