Handelsoorlog VS en China is 'nucleair conflict'

Handelsoorlogen zijn misschien wel de ernstigste bedreigingen van de mondiale economische orde. Daarom liggen ze ook het minst voor de hand. Hoewel de huidige schermutselingen tussen Peking en Washington tot een stijging van de spanning kunnen leiden, zullen zelfs politiek onwetende politici niets drastisch doen.

Zowel Duitsland als Japan probeerde in de jaren dertig de werkloosheid en de politieke kwetsbaarheid te beperken door de binnenlandse productie te maximaliseren en de import aan banden te leggen. Maar sinds de Tweede Wereldoorlog is de economische activiteit steeds meer over politieke grenzen heen gegaan.

De motivatie voor deze integratie was deels een politieke – de handel houdt de vrede overeind. Maar de voornaamste drijfveer was een economische – productie op een grotere schaal tegen lagere kosten. Op een paar uitzonderingen na, vooral ter bescherming van nieuwe industrieën in betrekkelijk arme landen, zijn handelsbeperkingen contraproductief voor iedereen.

De reductie van de handelstarieven – van 40 naar minder dan 5 procent in vier decennia – heeft geholpen de handel aan te zwengelen. Maar ook weer niet zo veel vergeleken met ‘zachtere’ factoren, zoals gemeenschappelijke standaarden voor het toezicht, multinationale aanbodketens en de ontwikkeling van een internationale manier van zakendoen.

Inmiddels is de trend zó ver voortgeschreden, dat bijna alle industriële productie afhankelijk is van een web van grensoverschrijdende afhankelijkheid – de export van goederen en commerciële diensten komt nu overeen met 130 procent van het mondiale bbp. In feite kruisen de grondstoffen en componenten van een typisch industrieel product vele grenzen voordat het eindproduct de consument bereikt.

Het is onwaarschijnlijk dat het huidige Chinees-Amerikaanse geschil verandering zal brengen in dat patroon. De Chinezen hechten veel waarde aan hun grootste exportmarkt. Amerikanen zullen aarzelen voordat ze hun grootste leverancier van consumentengoederen straffen, zeker als alternatieve bronnen, zowel in binnen- als buitenland, duurder zijn. En iedere stap in de richting van zelfvoorziening zou de Verenigde Staten armer maken.

Wat waar is voor de Verenigde Staten en China, is nog meer waar voor de wereld als geheel. Een complete handelsoorlog zou in de context van de hedendaagse wereldeconomie neerkomen op zoiets als een nucleair conflict.

Zelfs economisch slecht onderlegde leiders kunnen begrijpen dat zo’n conflict alleen maar verliezers zou kennen. De enige zorg is dat politici zich soms op een zelfdestructieve manier gedragen.

Edward Hadas

Vertaling Menno Grootveld