Een verhaal

Tweewekelijks schrijft Gerrit Komrij over internet op de Achterpagina. Meer op www.nrc.nl/komrij.

Je moet een verhaal hebben. ‘Verhaal’ is het nieuwe modewoord. Wat de klanten missen is een verhaal. De partij heeft een verhaal nodig. Opinieleiders bedoelen er niets literairs mee. Niet iets met karakters, een opbouw en een plot. Nee, ’t is een nieuw passe-partout voor begrippen als achtergrond, motivatie en wereldbeeld. Verouderde begrippen die alleen nog meewarigheid en lachlust opwekken. ‘Verhaal’ biedt onze commentatoren een aantrekkelijke term, vaag genoeg om bij iedereen in de smaak te vallen.

‘Verhaal’ komt heel dicht bij spindokteren, imago. Bij de motivatie en het wereldbeeld die je door een instantie worden voorgespiegeld. De katholieke kerk, het kabinet, de oppositie, met een verhaal zitten ze gebeiteld. Omdat ‘verhaal’ te veel is gaan samenvallen met ‘smoes’ is er een nieuwe variant verzonnen. Je moet de laatste tijd een inhoudelijk verhaal hebben. Zonder inhoudelijk verhaal heb je niks aan al die verhalen. Van georkestreerde smoes naar literair verzinsel is maar een stap.

Het smoezenstelsel dat politiek of bestuur of kerk heet stoot uiteindelijk op het instituut dat het patent bezit op het verhaal: de literatuur. Alleen de literatuur kan voor een verhaal zorgen. Achtergronden, motivaties en wereldbeeld zijn altijd het domein van de literatuur geweest. Ook van leugens en publieksmassage weten ze vanouds alles.

Die essentie van literatuur is meeverhuisd naar internet. Er is veel literatuur gaande op internet. En dan bedoel ik dat hele literaire complex: schrijvers, filosofen, literatuurontkenners, de literatuur als roddel en praatstof, literaire geschiedschrijving, enz. Alle literatuur is bestemd om te eindigen op internet. En de literatuur blijft de poortwachter en sleutelbewaarder van het verhaal.

Wat de literaire gang van zaken op internet betreft: het is kaal geworden met het recente verdwijnen van De Papieren Man en Achille van den Branden. Recensiesites als dereactor.org bieden nauwelijks uitkomst, wars als ze zijn van iedere buiging naar het publiek. Ze functioneren als bedrijfsvoorzieningen voor elitaire, hermetische groepen en die smalle echelons kunnen zich op internet net zo breed voelen als ze willen. Het literaire weblog De Contrabas heeft alles in zich om zijn centrale rol te blijven vervullen. Het oudere Meander lijkt ingeslapen, maar op sites als Tzum en Loewak gebeuren interessante dingen genoeg. Op al die plekken kun je volgen waar vuurtjes uitdoven en waar nieuw vuur ontstaat. De literaire wereld is zoekende, zoals u begrijpt, maar dat betekent niet dat de literatuur zelf wankelt.

Het blijft in het internetwereldje tasten naar stabiliteit, hiërarchie, een goede mix, naar financiering, nu ja, de welbekende problematiek. Facebook geldt voorlopig als ideaal knooppunt voor initiatieven, publiciteit, vetes en het smeden van kongsi’s. Er zijn schrijvers die beweren zonder Facebook te kunnen, en dat zal wel zo zijn, maar Facebook kan niet zonder schrijvers.

Facebook wordt een dagelijks intenser samenstel van façade, omkeringen, verzinsels, karikaturen, massage, list en bedrog – typisch literaire zaken – en dat kun je niet aan amateurs overlaten. Dat loopt verkeerd af in handen van knoeiers.

Wil je ‘een verhaal hebben’ – en veel belangengroepen, avonturiers, dollarjagers en dromers willen een verhaal hebben – dan dien je de mogelijkheden en de valkuilen van het verhaal te kennen. Fantasieën heeft iedereen, maar niet iedereen heeft zijn fantasieën op een rijtje.

De literatuur heeft haar aanzien verloren, zeggen ze. Dat ligt niet aan de literatuur, dat ligt aan de gebrekkige talenten die de literatuur hebben gemarginaliseerd omdat de literatuur een te hinderlijke gast is bij het tentoonspreiden van hun gebrekkigheid.

En als Facebook dan uiteindelijk een podium is geworden van, voor en door bedriegers, elkaar gezellig hun ‘verhalen’ toewerpend, zal men om de hoek de schaterlach horen van de literatuur.