Een leuke opkomst

Met enige verbazing leek Ernst Hirsch Ballin de collegezaal van de Universiteit van Amsterdam bij de Oudemanhuispoort te overzien. Op de deur stond de mededeling dat de zaal 342 personen kon bevatten, maar er waren er gistermiddag geen 100 gekomen voor de lezing van de oud-minister. „Toen ik hier zelf college kreeg, was de zaal wat voller”, zei hij met een lachje.

Waar was de intellectuele nieuwsgierigheid van de Amsterdamse rechtenstudenten? Per slot van rekening was Hirsch Ballin tevens een oud-CDA-politicus, die sterk de aandacht had getrokken met zijn stellingname tegen de totstandkoming van het huidige gedoogkabinet. „Doe dit de mensen niet aan, doe dit onze partij niet aan, doe dit ons land niet aan” – het zijn gevleugelde woorden geworden, uitgesproken door Hirsch Ballin op het fameuze CDA-congres van vorig jaar.

Niettemin sprak de inleider van de organiserende instantie, Free Minders, van „een leuke opkomst”. Hij noemde de oud-minister een „enorme knaller”, wat enige hilariteit wekte omdat die zich juist op het podium enigszins had afgewend om uitvoerig zijn neus te snuiten.

Hirsch Ballin is hoogleraar bij de universiteiten van Amsterdam en Tilburg. In zijn inaugurele rede als hoogleraar mensenrechten in Amsterdam hekelde hij onlangs het kabinetsbeleid, dat andere culturen achterstelt en succesvolle immigratie en integratie tegenwerkt. Hij sprak van ‘de valse illusie van de monoculturele staat’.

Het verhaal dat hij gisteren hield, kwam minder goed uit de verf. Het was een wat moeizame verhandeling over de vraag: „Terug naar een coherente samenleving?” Zo’n terugkeer leek hem niet reëel, omdat de samenleving te veel veranderd is door ontwikkelingen als migratie en verstedelijking. Hij wees ook op de keerzijde van die zogenaamde coherente samenleving van vroeger: sociale controle, het toedekken van onaanvaardbare zaken, ook in de Katholieke Kerk, zoals de moord op Marietje Kessels door een Tilburgse pastoor. „Coherentie kan verstikkend werken.”

Wat moet er dan in plaats van die coherente samenleving komen? Daarover bleef zijn betoog nogal vaag. De politiek pakte het in ieder geval niet goed aan, die gaf steeds grotere betekenis aan personen en issues. „Zoek één persoon om je tegen af te zetten. Bij de laatste verkiezingen was het Bos tegen Balkenende en Cohen tegen Rutte. Dat vinden de campagnestrategen prachtig.” Met polarisatie kon je verkiezingen winnen, maar je kon er geen algemeen gedragen beleid op baseren.

Terwijl hij zo stond te praten in zijn omzichtige, erudiete volzinnen, besefte ik hoe moeilijk dit type politicus het in het nieuwe politieke bedrijf zal krijgen. De nieuwe politicus moet de koning van de oneliner zijn, anders wordt er niet meer naar hem geluisterd. Hirsch Ballin kan het wel, zoals hij op dat CDA-congres bewees, maar het is niet conform zijn ware aard.

Na zijn lezing moest hij nog een rondje modern vragenstellen ondergaan. Een oudere man met een sterk Duits accent wilde van hem weten of hij zou solliciteren naar het vicevoorzitterschap van de Raad van State. Hirsch Ballin vond dat zulke vragen daar niet thuishoorden en weigerde erop in te gaan. De man bleef doorgaan, steeds luider en agressiever, totdat een functionaris van de universiteit hem dreigde met verwijdering.

Hirsch Ballin zag het aan met de kalme scepsis van iemand voor wie polarisatie geen noodzakelijk goed is.