Een kleine schuld met grote gevolgen

De Zaak. Een consument heeft een schuld van 315,18 euro bij een creditcardmaatschappij. Het bedrijf, Comfort Card, eist dit bedrag na enige tijd op, omdat het de maandelijkse termijnen van 20 euro niet meer ontvangt. De consument wordt per brief eraan herinnerd dat bij drie termijnen achterstand een vermelding bij het Bureau Kredietregistratie (BKR) volgt. De consument wordt nog een paar keer schriftelijk gesommeerd om te betalen, maar die brieven komen niet aan wegens verhuizing. De maatschappij schakelt een incassobureau in. Dat bureau traceert de klant na een jaar. Na contact met een deurwaarder betaalt de klant. Maar de vermelding bij het Bureau Kredietregistratie blijft staan. Daardoor krijgt de consument later bij een andere bank geen hypotheek. En dat vindt deze burger niet eerlijk.

Wat eist de consument? Die doet een beroep op de Wet bescherming persoonsgegevens. Hij wil geschrapt worden uit het BKR en vindt dat hij daarin nooit had mogen staan.

Wat brengt het bedrijf daar tegenin? Dat zegt netjes volgens de wet te hebben gehandeld. De wet zou het bedrijf namelijk verplichten om een betalingsachterstand en de hoogte van dat krediet te melden. Ongeacht de omvang. Het is bovendien ondoenlijk om onderscheid te maken tussen wanbetalers en beslissingen op maat te nemen. Verder geeft iedere klant toestemming voor een registratie bij het BKR, als het zo ver mocht komen.

Wat zegt de rechter? De rechtbank, het gerechtshof én de Hoge Raad bogen zich erover. De rechtbank en het hof geven de consument voluit gelijk. Het hof vindt dat de creditcardmaatschappij zijn ex-klant niet bij het BKR had mogen laten registreren. Het bedrag is daarvoor te laag en de klant betaalde jarenlang trouw. En toen de consument reclameerde had het bedrijf alsnog de registratie ongedaan moeten maken.

De Hoge Raad is het met de lagere rechters zeer eens. Toen de consument klaagde over de registratie had het bedrijf een nieuwe afweging moeten maken en de registratie moeten intrekken. Dat de klant ooit toestemming gaf voor een registratie mag nu niet tegen hem worden gebruikt. Toestemming is ‘in het algemeen’ bedoeld, maar ontslaat in een concreet geval een bedrijf niet van een nieuwe belangenafweging. Ook het beroep op de wettelijke plicht om betalingsachterstanden te laten melden door bedrijven als Comfort Card verwerpt de hoogste rechter. Zo’n plicht rechtvaardigt „niet iedere” registratie van een wanbetaler. Bedrijven moeten dus steeds controleren of vermelding bij het BKR in concreto wel noodzakelijk is.

De Hoge Raad bevestigt daarmee dat in klantrelaties proportionaliteit en subsidiariteit bepalend zijn. Inbreuk op de belangen van de klant mag niet onevenredig zijn in verhouding tot het doel dat met registratie wordt gediend. En dat doel moet in redelijkheid niet op een andere, voor de klant minder nadelige, wijze kunnen worden gerealiseerd.

Folkert Jensma