De huisarts: ik stel gerust, dát bespaart

De huisarts zorgt tegenwoordig voor chronische patiënten. En ook sterven doen mensen steeds vaker bij hem. Mag dat dan wat kosten, zegt huisarts Wouter van den Berg.

Leusden , 05-11-2011, Hisarts Wouter vd Berg onderzoekt patient tijdens spreekuur. foto Michael Kooren.

In de praktijk van Wouter van den Berg kwam gisteren een man met vreselijke keelpijn. Hij dacht dat het keelkanker was. Of Van den Berg er naar wilde kijken. Het bleek een virale infectie te zijn die hevige keelpijn geeft. Gaat vanzelf over, zei Van den Berg. De man ging blij naar huis. Wat er zo essentieel is aan het voorbeeld dat Van den Berg geeft? Geruststelling, zegt hij. Dat is de kerntaak van een huisarts.

Wouter van den Berg is alles wat je je voorstelt bij een huisarts. Een rustige man die luistert. Die nergens meer van opkijkt, al vertel je hem in de spreekkamer de schokkendste dingen. Grijzend, 62 jaar, wollen vest over een geruit overhemd. Gisteren, woensdag, werkte hij. Vandaag sloot hij de praktijk om – net als 7.000 collega’s – in de RAI in Amsterdam te protesteren tegen de bezuinigingen van minister Schippers.

Als patiënten één ding willen van de huisarts, zegt hij, dan is dat aandacht en geruststelling. Dat is alsmaar sterker geworden in de 34 jaar dat hij huisarts is. „Mensen weten veel meer dan vroeger, door de televisie en internet. Maar daardoor worden ze ook onzeker: ze denken bij kleine symptomen vaak aan iets vreselijks. En dát is onze waarde. Wij kunnen, op grond van kennis en vertrouwen, patiënten geruststellen én die ene patiënt eruit pikken die wel degelijk iets heeft. Dat begrijpen ze in Den Haag niet zo goed omdat het moeilijk is uit te drukken in cijfers.”

Zo’n 70 procent van de patiënten in zijn wachtkamer mankeert niets. Maar langskomen doen die patiënten dus wel. Met buikpijn, een hoest of een klemmend gevoel op de borst. Dan vraagt hij door, hoort de patiënt aan, en vervolgens gaat de patiënt weer huiswaarts. Huisartsen, zegt Van den Berg, dienen als deskundige ‘zeef’ voor de ziekenhuiszorg, die veel duurder is.

Het kabinet eist dat elke huisarts minder gaat doen. Elke praktijk moet voor 20.000 euro per jaar minder zorg verlenen, om precies te zijn. Een bezuiniging van 520 miljoen euro in vier jaar. Reden is dat de huisartsenzorg almaar groeit. Ofwel: de huisartsen doen elk jaar meer dan het jaar ervoor. En de verzekeraars vergoeden het.

Van den Berg klaagt niet over het salaris: een huisarts met een standaard praktijk als de zijne – 2.350 patiënten – verdient pakweg een ton per jaar. Maar om nu opeens een vijfde van dat bedrag in te leveren, is veel gevraagd. De bezuiniging zal hij moeten halen uit zijn andere kosten.

En daarin schuilt de onrechtvaardigheid, zegt de huisarts. Hij heeft, zoals alle huisartsen, de afgelopen tien jaar de zorg uitgebreid op verzoek van Den Haag. Zorg die tot 2001 in het ziekenhuis werd gegeven, waar elke verrichting méér kost, hebben zij overgenomen. Met name de zorg voor chronische patiënten. Met astma, diabetes, of een hoge bloeddruk. Wouter van den Berg nam er twee deeltijdverpleegkundigen voor in dienst. Zij werken goedkoper dan hij en kunnen prima de chronische patiënten voorzien van medicijn, prik en praatje. Huisartsen verzorgen inmiddels 700.000 van de miljoen diabetespatiënten, die vroeger allemaal naar het ziekenhuis gingen. „Zo hebben we de overheid en premiebetaler vele miljoenen bespaard.”

Probleem is dat de minister die bezuiniging niet terugziet in de kosten die ziekenhuizen maken. Want ook zij vergroten elk jaar de omzet. Zij openen themapoli’s voor eenvoudig te behandelen kwalen als incontinentie, snurken en hoesten. Die eigenlijk bij de (goedkopere) huisarts horen. De verzekeraar vergoedt het, de patiënten komen er massaal op af.

De vraag naar zorg, zegt Van den Berg, is oneindig. Of eigenlijk, bij de huisarts, de vraag naar aandacht en geruststelling. Hij kreeg onlangs een brief van een man van veertig. Die was bezorgd over zijn gezondheid en ging naar een mannenpoli. Bedoeld voor mannen van tegen de zestig met prostaatproblemen of erectiestoornissen. De uitkomst? Hij was te zwaar, moest sporten en afvallen. Verder niets. „Ik heb nagevraagd hoeveel dat kostte: 480 euro! En het wordt vergoed.”

In Leusden, waar Wouter van den Berg huisarts is, is de bevolking gemiddeld hoogopgeleid. Sommigen werken in Londen of Antwerpen, veel in Amsterdam en Utrecht. Ze hebben geen tijd om vaak naar de huisarts te gaan, ook niet ’s ochtends vroeg. Dus is het inloopspreekuur van acht tot tien ’s ochtends afgeschaft. Alles gaat tegenwoordig op afspraak en veel patiënten maken meteen een dubbele afspraak: twintig minuten van zijn tijd. „Dan kunnen we onmiddellijk zaken doen en hoeven ze niet weer terug te komen.”

Eentiende van zijn patiënten is heel oud. Hij kent ze vaak al dertig jaar. Ook die patiënten vragen tijd. „Alleen al voordat ze uitgekleed zijn, ben je vijf minuten verder.” Die patiënten lijden doorgaans echt ergens aan. Hartklachten, suikerziekte, reuma. Sommigen moet hij begeleiden bij het sterven. Want dat is ook veranderd: toen hij begon als huisarts in 1978 stierven de meeste mensen in het ziekenhuis of verpleeghuis. Nu sterft bijna iedereen thuis. Met steun en begeleiding van de huisarts. Dat is goedkoper voor de maatschappij maar ook prettiger voor de patiënt. „Ik doe het graag maar er gaat veel extra tijd in zitten. En dus kosten.”