Carrousel vol kant, kroko en wuivende veren

Op de Parijse modeweek zoemt de geruchtenmachine: designer Marc Jacobs zou een overstap overwegen van Louis Vuitton naar Dior. Zijn modecarrousel gaf aanleiding het nieuws te geloven.

Models present creations by US designer Marc Jacobs for Louis Vuitton during the Spring/Summer 2012 ready-to-wear collection show, on October 5, 2011 in Paris. AFP PHOTO/PATRICK KOVARIK AFP

In desigmuseum Triennale in Milaan was tijdens de vrouwenmodeweek voor voorjaar 2012 een expositie ingericht van Louis Vuitton. 26 poppen met tassen op het hoofd, gekleed in combinaties die door de Britse styliste Katie Grand waren samengesteld uit alle collecties die Marc Jacobs sinds 1997 voor het Franse label had gemaakt. Op een van de muren stond een quote van Grand: „Sommige stukken zijn zo couture-y, dat valt bijna niet te vangen op foto’s.”

Het maken van echte couture, dat is wat Jacobs zou kunnen doen als hij, zoals het gerucht gaat, overstapt naar Dior, een van de weinige Franse huizen dat nog een haute-coutureatelier heeft. Sinds John Galliano daar een half jaar geleden werd ontslagen, zit het zonder hoofdontwerper.

De Louis Vuittonshow voor voorjaar 2012 gaf alle aanleiding om te denken dat Jacobs inderdaad weggaat. Toen gisterochtend om tien uur de witte gordijnen voor het podium werden weggetrokken, kwam een carrousel tevoorschijn; een bekende metafoor voor personeelswisselingen. Op witte paarden zaten de modellen, onder wie Kate Moss, gekleed in witte en pastelkleurige mode die wederom behoorlijk couture-y was. Knielange jurkjes van grof kant of broderie Anglaise, soms met een laagje transparante zijde erover, of versierd met wuivende veren, mantelpakjes, bewerkelijke jassen, zachtgetinte motorjacks van krokodillenleer – allemaal net een tikje ruim gesneden, wat ze iets kinderlijks onschuldigs gaf. De lieflijkheid van de collectie – een totaal contrast met de kinky, op de omstreden film The Nightporter gebaseerde show van vorige keer – werd nog eens benadrukt door de kanten kraagjes, die op bijna elke jurk zaten.

Bij Hermès gaf Christophe Lemaire zijn tweede show als creative director. Zijn voorjaarscollectie had duidelijke Marokkaanse en Chinese invloeden, met een hint naar de late jaren zeventig: lange linnen tunieken en klokkende rokken, een oranje katoenen pak met een Mao-kraag, bermuda’s, sandaaltjes met een klein hakje en een leren sokje erin, en tot slot een lange rok, jurk, en jasje van suède in verschillende edelsteenkleuren. Rustig, damesachtig, intens chic – een interpretatie die beter bij het deftige merk past dan de lollige visie van Lemaires voorganger Jean Paul Gaultier, maar die af en toe op de randje van bedaagdheid balanceerde.

De overhemdjurk met slangenprint die Hannah MacGibbon voor Chloé bedacht, is een van de grote modehits van dit najaar, al was het alleen maar in de versie van H&M, die op billboards over de hele wereld hing. Niettemin werd ze vlak na de show ontslagen. Haar opvolgster Clare Waight Keller, afkomstig van het Schotse kasjmiermerk Pringle, presenteerde maandagmiddag haar debuut, in een zonovergoten tent in de Tuilerieën – vanwege de hitte was het dak eraf gehaald. Zoals het een nieuwe ontwerper voor een groot huis betaamt, was ze in de archieven gedoken en had daar grote folkloristische borduursels ontdekt die Karl Lagerfeld ooit voor Chloé ontwikkelde. Die kwamen terug op wit katoenen broeken, rokken en blouses. Andere stukken waren stoffen in verschillende kleuren gebruikt; huidkleur en wangenrood vooral, tinten die je ook in make-up tegenkomt. Met de plooirokken, laag op de heupen gedragen brede riemen, wijde broeken en keurige witte kraagjes paste de draagbare, sympathieke collectie helemaal in het modebeeld voor komend voorjaar, maar als geheel had het wel wat meer vuurwerk kunnen gebruiken.

Wat de slangen deze herfst zijn (niet alleen Chloé zette voor het najaar in op slangenprints), lijken vissen en ander waterleven volgend voorjaar te worden. Chanel had in het Grand Palais een gigantisch, wit onderwatertafereel met koraal, vissen en zeeanemonen neergezet. Vanuit een gigantische schelp zong Florence Welch What the water gave me. In sommige kleren kwam het thema duidelijk terug, zoals in een blauwe jurk die op kolkend water leek, en een wat merkwaardige creatie die deed denken aan graten. Maar meestal waren de verwijzingen subtieler; een wit badpak, een glanzende synthetische stof die aan een vissenhuid deed denken, een schubbige decoraties op een rok. De klassieke Chanelkettingen waren, hoe passend, vervangen door parelsnoeren, en de moedellen liepen op vrij platte, zilverkleurige laarsjes. De simpelste dingen waren het sterkst, zoals een recht, zalmroze jurkje tot net boven de knie met borstzakjes, een opstaand kraagje en korte mouwen.

Ook Riccardo Tisci van Givenchy – tot een paar maanden geleden nog de gedoodverfde kandidaat voor Dior – had gekeken naar waterleven, maar hij gaf er een hardere draai aan. Broeken waren zo strak als een wetsuit, de punten waar jasjes aan de achterkant in uitliepen deden denken aan vinnen, knap (couture-y) geconstrueerde jurken hadden golvende lijnen en ook hier was stof met de glans van een vissenhuid.

De enorme zilverkleurige haaientanden die om de hals werden gedragen, moeten wel een hit worden.

    • Milou van Rossum