Beatrix en Tjeenk Willink vieren de verbouwing van de Raad van State

Medewerkers van de Raad van State hadden ervan gedroomd: als begin oktober koningin Beatrix hun gerenoveerde, historische gebouwen aan de Haagse Kneuterdijk in volle glorie zou heropenen, zou tevens bekend zijn wie de nieuwe vicepresident van de raad zou zijn. De uitverkorene zou dan, zij aan zij met de majesteit en vertrekkend vicepresident Tjeenk Willink, alvast door de prachtig vernieuwde balzaal en de ruimtes erachter kunnen dwalen.

Het mocht niet zo zijn. Het kabinet breekt zich nog steeds het hoofd over de aanstaande benoeming. En dus werd het gisteren, bij de opening van de vernieuwde ruimtes door de koningin, vooral een feestje voor goede verstaanders.

Gastheer Herman Tjeenk Willink introduceerde gastspreker Piet Hein Donner als de man met „ten minste twee petten op”. Dat was nu even niet bedoeld als de minister van Binnenlandse Zaken die tevens kandidaat is voor het vicepresidentschap, maar als: de bewindsman die de Raad van State in zijn portefeuille heeft én die verantwoordelijk is voor de Rijksgebouwendienst.

Minister Donner zelf kon er ook wat van. Hij verwees naar het weekblad Katholieke Illustratie, dat in 1954 schreef dat het gebouwencomplex van de Raad van State zo ingewikkeld was dat zelfs een minister erin kon verdwalen. Donner: „Dat was in een tijd dat er nog respect was voor een minister. Nu zou men schrijven: dankzij de restauratie is het hier nu zo overzichtelijk dat zelfs een minister er de weg kan vinden.”

Komende zaterdag kan het publiek zelf zijn conclusies trekken. Dan houdt de Raad van State open huis.