Wat is het probleem?

Meestal komt de vraag naar ‘de zin van het leven’ pas aan de orde als het in het eigen leven tegenzit. Als verwachtingen gefnuikt worden, idealen geknakt, of geliefden sterven. En soms als het herfst wordt.

Officiële antwoorden op de vraag naar de zin van het leven zijn er genoeg. Duizenden jaren al worden er systemen ontworpen om het levensdoel te vangen. Maar in het leven van alledag is ‘zingeving’ meestal geen systeem maar een gevoel en komt het voort uit de blik van een geliefde, een reep chocola, een mooi stuk muziek.

De bedding van dat gevoel van betekenis wordt doorgaans gevormd door de combinatie van actief bezig zijn, goed doen voor anderen en innerlijke kalmte. ‘Officiële’ zingevingen kunnen dat gevoel verder toespitsen en intensiveren. De glimlach van een baby is toch anders als je hem óók gelijk stelt aan de glimlach van Christus.

En toch, de basis van de zin van het leven lijkt bovenal een innerlijk proces, geen geheimzinnige toverspreuk. De Grote Antwoorden zijn vaak een soort behang, leuk om te zien, maar niet absoluut noodzakelijk. In de praktijk worden beide oplossingen, de grote en de kleine, door elkaar gebruikt. Tegenwoordig heet die combinatie spiritualiteit: aandacht voor het gewone, maar met een (vage) hint van het Hogere.

Er zijn dus twee mogelijkheden om de zin van het leven te vinden: binnen of buiten jezelf.