Verdachte niet bij proces 'Schiphol'

De Libiër Ahmed Isa Al J., verdachte van de Schipholbrand in 2005, verschijnt komende maandag niet voor het gerechtshof in Den Haag, ook al werkt hij graag mee aan een nieuw proces. Hij is het er niet mee eens dat justitie en de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) zijn bewegingsvrijheid bij terugkeer naar Nederland „in hoge mate” willen beperken. Er wordt overlegd over versoepeling van de voorwaarden. Gebeurt dat niet, dan komt de 31-jarige Libiër niet naar Nederland.

Dat hebben zijn advocaten vanmiddag bekendgemaakt. Kort nadat het gerechtshof in Amsterdam hem twee jaar geleden in hoger beroep tot anderhalf jaar cel had veroordeeld, zette de IND hem als ongewenst vreemdeling op het vliegtuig naar Libië. Eind vorig jaar besliste de Hoge Raad dat het proces over moet omdat het gerechtshof grove fouten had gemaakt. De Libiër heeft altijd verklaard dat hij onschuldig is.

Op de zogeheten regiezitting van komende maandag buigt het gerechtshof in Amsterdam zich over verzoeken van de verdediging. Daarbij gaat het onder meer om wraking van de rechter-commissaris die het gerechtelijk vooronderzoek naar de brand heeft geleid. Hij zou de schijn van partijdigheid hebben gewekt door informatie achter te houden. Het onderzoek naar oorzaak, toedracht en ontwikkeling van de brand moet over, vinden advocaten Raymond Frijns en Eduard Damman.

Bij de brand in een cellencomplex op Schiphol kwamen in de nacht van 26 op 27 oktober 2005 elf illegalen om het leven. Vijftien raakten gewond. De Libische verdachte was zelf een van de zwaargewonden. Op het moment van de brand zat hij in het detentiecentrum Schiphol-Oost op uitzetting te wachten, net als tientallen andere illegalen. Hij was ondergebracht in cel 11 van de K-vleugel waar de brand vermoedelijk is begonnen. Hij heeft verklaard dat hij een brandende peuk heeft weggegooid. Onduidelijk is of de brand daardoor is ontstaan.