Rubberen mimiek werkt ook met grijzende slapen

scene uit de film Johnny English Reborn (2011) FOTO: UPI Rowan Atkinson

Johnny English Reborn. Regie: Oliver Parker. Met: Rowan Atkinson, Dominic West, Rosamund Pike, Gillian Anderson. In: 109 bioscopen. ***

Het heeft acht jaar geduurd voordat de Engelse komiek Rowan Atkinson weer in de huid van stuntelspion Johnny English kroop. Dat is eigenlijk net te lang geleden om je de vorige film nog te herinneren, die in tegenstelling tot de hele Mr. Bean-franchise waar Atkinson ooit beroemd mee werd, ook niet zo vaak op televisie te zien is dat hij zich ongemerkt in je geheugen heeft genesteld.

Dat moeten ook de schrijvers van Johnny English Reborn zich hebben gerealiseerd, want hun hele plot is erop gericht om ons eraan te helpen herinneren dat we Johnny English nog dienen te kennen van zijn desastreuze avonturen in Mozambique. En dat er nu iets rechtgezet moet worden. Dat is vooral een slecht idee omdat die Johnny English uit 2003 helemaal niet zo’n beste film is. Wat dat betreft komt de herboren Johnny English een stuk beter uit de verf.

Zoals het hoort bij filmparodieën knipoogt ook Johnny English Reborn links en rechts naar andere films. De openingsscène waarin de antiheld zich in een Tibetaans martial arts-klooster heeft teruggetrokken doet natuurlijk denken aan de manier waarop de Engelse regisseur Christopher Nolan de Amerikaanse superheld Batman in Aziatische vechtsporten schoolde. En dat we daarna in het casino van Macau belanden is vooral omdat we niet mogen vergeten dat Johnny English de ultieme anti-James Bond is. Niks geen Casino Royale. Casino Macau is wel zo’n beetje het hoogst bereikbare.

Rowan Atkinson slaat zich er manmoedig doorheen. En, ere wie ere toekomt, zijn unieke rubberen mimiek en slapstickmotoriek zijn ook nu zijn antiheld grijzende slapen heeft gekregen nog helemaal intact. Alleen al hoe hij bij het horen van de naam Mozambique zijn rechterooglid volkomen los van de rest van zijn gezicht zenuwachtig kan laten trillen, wil je wel een paar keer zien. Er kan gelachen worden.

Maar virtuoze beheersing van de kleinste spieren is niet genoeg voor een film. De slapstickkwaliteiten van Rowan Atkinson, die alleen gaan werken als ze tot in het absurde mogen worden doorgevoerd, laten zich te weinig rijmen met de grote behoefte aan plotlogica van de makers. Er is een complot. En een bende Chinezen, aangevoerd door een stofzuigend omaatje met een killerinstinct (de belangrijkste running gag). Er zijn godzijdank nog een paar stemvervormende zuurtjes, zodat die snufjesafdeling er niet voor niets zit. En er gaat zoveel tijd verloren met het uiteenzetten dat English als gentleman-spion niet meer kan aarden in een hightechwereld waarin de Britse geheime dienst in handen van een computergigant is gevallen (wel het beste staaltje product placement van het jaar!), dat je halverwege alweer vergeten bent achter welke schurk English nu ook alweer aanzat.

Oh, wacht eens even, er is eigenlijk helemaal geen lekkere vette slechterik, geen Blofeld, geen Dr. No of Goldfinger, geen Dr. Evil zoals de überschurk in die andere Bond-spoof Austin Powers heet.

Wat moet je in dit genre met een held zonder schurk, zelfs als de held een sukkelheld is en in al zijn onhandigheid misschien nog wel zijn eigen grootste vijand? Verdorie, Rowan Atkinson vindt zijn eigen Mr. Bean misschien passé, maar als stille clown blijft hij op zijn best, ook in deze film. Met deze mix van komedie en spionnenfilm doet de Britse komiek zichzelf toch een beetje tekort.