Radeloze generaties

De crisis van deze naderende crisis is dat geen econoom, politicus, regering, supranationale instantie, nee, niemand een uitweg weet. The Economist van deze week vat de toestand op zijn omslag samen: een draaikolk met in het zwarte hart: be afraid. Dat is het slot van de zin die erboven staat: Until politicians actually do something about the world economy... In het hoofdartikel wordt gerept van ‘de Europese beleidmakers zonder ruggegraat’ en de onverantwoordelijke Amerikanen die zich voorbereiden op de verkiezingsstrijd van 2012 in plaats van te proberen een naderende catastrofe te vermijden. „In een tijd van enorme problemen lijken de politici lilliputters. Dat is de werkelijke reden om bang te zijn.” Zo hoor je het eens van iemand anders. Overigens weet het deskundige weekblad ook geen verlossende remedie.

Als de onheilsprofeten lang genoeg de aandacht trekken, terwijl hun visie steeds negatiever wordt, begint zo’n voorspelling op zich zelf een politieke factor te worden: een self-fulfilling prophecy. En waar je ook kijkt, wat je ook leest, overal is in toenemende mate de stemming in mineur. Als volstrekte leek in economische vraagstukken zal ik me hier niet verdiepen in mogelijke scenario’s. Wel mogen we veilig aannemen dat een werkelijke lange crisis van diepe invloed op onze politieke en algemeen maatschappelijke verhoudingen zal zijn. Maar hoe? Het enige historische vergelijkingsmateriaal dat we hebben is de crisis van de jaren dertig. Kan in die periode een leidraad worden herkend? Ik denk het niet. De internationale verhoudingen waren volstrekt anders. In Duitsland waren de nazi’s in opkomst, onstuitbaar voortgestuwd door de combinatie van de crisis en het revanchisme. In deze tijd hebben we geen verloren oorlog van dat kaliber, geen vernederend Versailles en geen Hitler.

Er is een ander gigantisch probleem waarmee het hele Westen worstelt. Sinds het einde van de Koude Oorlog lijkt onze oude maatschappelijke structuur in staat van ontbinding te zijn. De veertig jaar van ‘vreedzame coëxistentie’, ideologische strijd en wapenwedloop hadden beide machtsblokken, overigens op zeer verschillende manier, uiteindelijk een strenge maatschappelijke discipline opgelegd. Denk aan senator Joseph McCarthy, de communistenjager. Of aan de verwoestingen die anticommunisten in Amsterdam aanrichtten nadat het Rode Leger de Hongaarse opstand had neergeslagen. Wel excessen, maar binnen de context van toen toch geaccepteerd. De Koude Oorlog heeft twee generaties geduurd.

In 1989 was met de val van de Berlijnse Muur de noodzaak van dit ideologisch rigorisme plotseling verdwenen. Het kan lang duren voor de gevolgen van zo’n historische gebeurtenis in de samenleving zichtbaar worden. Er waren politieke filosofen die uit de nederlaag van de Sovjet-Unie concludeerden dat daarmee ‘het gelijk van rechts’ bewezen was. Nadat het denkbeeld van president Bush sr. tot het stichten van een ‘nieuwe wereldorde’ internationaal was weggelachen, brak in het Westen het tijdperk van de relatieve luxe aan. De twee ambtstermijnen van Bill Clinton die eindigden met het schandaal van Monica Lewinsky en een begrotingsoverschot. Economen van naam hadden voorspeld dat het tijdperk van de eeuwige groei was aangebroken. De jaren negentig zijn een periode van ongelofelijk optimisme.

Toen barstte de dotcomzeepbel. En niet lang daarna werden de Twin Towers verwoest. De volgende historische periode was aangebroken. Die van de angst voor de moslimterreur. We kregen het tijdperk van de neoconservatieven met George W. Bush als aanvoerder. Al voor 9/11 was hij met een nieuw beleid begonnen. Eerst verliet Amerika het klimaatverdrag van Kyoto en er kwamen grote belastingverlagingen waarvan vooral de rijken profiteerden. Na 9/11 heeft zijn militaire strategie geleid tot twee vruchteloze en kostbare oorlogen die nog niet zijn afgelopen.

Terwijl deze veranderingen zich voltrokken, vond er nog een revolutie plaats: internet kwam tot ontwikkeling. En nu beleven we misschien het volgende historische moment. De generatie die uit eigen ervaring niets van de Koude Oorlog weet, wordt volwassen. Het zijn de jongens en meisjes die hun kindertijd hebben doorgebracht in de luxe van de jaren negentig, hun puberteit met de fiasco’s van de vorige president, terwijl ze nu ervaren dat zijn veelbelovende opvolger zich tot een teleurstellende leider heeft ontwikkeld. Onder zijn presidentschap is de Amerikaanse politiek veranderd in een arena met elkaar bevechtende fracties. Politieke en economische meningsvorming ontwikkelt zich tot een kiften en schelden op de vierkante meter. Grote visies ontbreken. Zo is het niet alleen in Amerika, het is min of meer hetzelfde in de hele westelijke wereld.

Wat moeten de jongere generaties daarvan denken? Ze keren zich van de gevestigde politieke orde af. Ze gaan naar internet, ze gebruiken de sociale media voor hun eigen meningsvorming en acties. Ze hebben geen boodschap aan de oude orde. Ze gaan straks niet meer naar de stembus. Ze twitteren een demonstratie in Wall Street bij elkaar. Helpt het? Dat is de vraag niet. Ze weten dat ze van de oude orde niets te verwachten hebben. De slecht verborgen radeloosheid waarmee de zittende elite de crisis tegemoet treedt, vormt daarvan de bevestiging. Wat wij nog ‘de politiek’ noemen, verdwijnt in onmacht en er is geen vervanging.