Nederlandse bedrijven in Roemenië zijn boos

Door het Nederlands veto op de Schengentoetreding van het land dreigen de bedrijven opdrachten mis te lopen.

Nederlandse ondernemers in Roemenië voelen zich in de steek gelaten door de Nederlandse regering. Door het Nederlandse veto op de Schengentoetreding van Roemenië en Bulgarije dreigen bedrijven grote opdrachten mis te lopen, waarschuwt de Roemeens-Nederlandse Kamer van Koophandel. Nederland is tot nu toe de grootste buitenlandse investeerder in Roemenië.

Nederland en Finland zorgden er twee weken geleden voor dat toetreding tot de Schengenzone van Roemenië en Bulgarije tot nader order is uitgesteld. Hoewel beide landen voldoen aan alle technische criteria, vindt de Nederlandse regering de problemen met corruptie nog te groot om de onderlinge grenscontroles op te heffen.

Grote Europese landen zoals Frankrijk en Duitsland waren voor een trapsgewijze opheffing van de binnengrenzen. Eerst in het luchtverkeer. Daarna voor transport over het water en als laatste ook de landgrenzen. Een compromis waar ook VNO-NCW al maanden bij de regering voor lobbyt.

„Sinds de Schengendiscussie speelt merken we dat het Nederlands bedrijfsleven minder vooraanstaand wordt”, zegt Robin Martens, directeur van het European Gateway Platform waarin Nederlandse bedrijven zijn gebundeld die de Roemeense haven van Constanta en de logistieke sector willen ontwikkelen. Nederlandse ondernemers worden minder vaak uitgenodigd voor projecten, zegt Martens. Het valt op dat recent weinig Nederlandse bedrijven zijn gekozen bij tenders, zoals voor het ontwikkelen van nieuwe havens langs de Donau. „De afwijzing wordt emotioneel en persoonlijk opgevat”, omschrijft Richard Reese, directeur van de Nederlandse Kamer van Koophandel in Roemenië, de sfeer bij een ondernemersvereniging. „Jullie zijn tegen ons.” In Roemenië staan politiek en bedrijfsleven dichtbij elkaar, volgens beiden. (NRC)