Multiplex- malaise

Moderne bioscoopketens zijn vreetschuren met een ‘nare vliegveldvibe’. De Britse filmcriticus Mark Kermode, bekend van de BBC, trekt op amusante wijze ten strijde tegen de ‘multiplex’.

Nederland, Rotterdam, 17 oktober 2007, Filmzaal Pathe " The 11th hour " Europese filmpremiere galapremiere Pathe filmtheater schouwburgplein R'dam. The 11th hour is de nieuwe film van Leonardo di Caprio. De film schetst de noodzaak van gedragsverandering om een wereldwijde ecologische crisis te voorkomen. rode loper met gasten uit het bedrijfsleven die de film hebben gesponserd. waarvan De grote sponsoring van ABN AMRO is opvallend. foto: Peter Hilz

Columniste Hanna Bervoets heeft een pas van Pathé Unlimited: die geeft onbeperkt toegang tot de bioscopen van bioscoopbedrijf Pathé voor 18 euro per maand. Dat kan een goede deal zijn, maar niet als je, zoals Bervoets, de kaart zelden of nooit gebruikt. En dat komt niet omdat er in Pathé-bioscopen louter oervervelende, luidruchtige blockbusters draaien. Dat heeft te maken met de sfeer in de bioscopen zelf. Omgekeerd gaan mensen misschien ook niet zozeer naar kleine, onafhankelijke bioscopen omdat ze zo hartstochtelijk smachten naar de betere, artistieke cinema, maar omdat de sfeer in kleine bioscopen als Louis Hartlooper in Utrecht, The Movies in Amsterdam of Forum Images in Groningen gewoon beter is.

„In grote bioscoopcomplexen hangt een vliegveldvibe, daar word je toch naar van”, liet Bervoets een van haar vrienden zeggen in het magazine van de Volkskrant. Ze krijgt haar vrienden niet meer mee naar de sfeerloze zwarte dozen van Pathé en andere filmketens, die zijn opgedeeld in een stuk of tien filmzalen die alleen met de roltrap bereikbaar zijn. De kaartjes komen uit machines; snoep, snacks en popcorn zijn niet te vermijden. Bij Pathé Arena in Amsterdam-Zuidoost is het nu zelfs geheel onmogelijk om de filmzalen te bereiken zonder eerst een soort supermarkt van (belachelijk dure) snacks te moeten doorkruisen.

Deze onvrede met het moderne bioscoopbezoek is niet nieuw. In nrc.next pleitte commentator Hubert Smeets voor een algeheel popcornverbod in de bioscopen. „Het probleem begint er al mee dat een gewoon mens niet in staat is om popcorn geciviliseerd te eten”, schreef Smeets. „Net als chips kun je popcorn alleen maar kraken en knersen. Het geluid daarvan reikt minimaal twee rijen en vier stoelen ver.” Bovendien wordt de popcorn afgezet in kartonnen bekers van kolossale afmetingen, waardoor aan het luidruchtige schransen maar geen einde wil komen.

In Engeland gaat filmcriticus Mark Kermode nu voorop in de strijd tegen ‘multiplexen’; in Nederland is die term nauwelijks ingeburgerd, maar we hebben ze genoeg: massale, anonieme en steriele afwerkplekken voor filmconsumenten.

Mark Kermode is een Bekende Brit, die met zijn geprononceerde vetkuif geregeld als filmmedewerker langskomt in televisieprogramma’s van de BBC. Hij heeft zijn eigen radioprogramma op de praatzender BBC 4. Hij vult ook hier en daar in kranten een filmrubriek en hij schrijft boeken. Kermode kent zijn Hunter Thompson en combineert diens uitbundige prozastijl met zeer gedegen filmkennis en liefde voor horror en andere cultgenres. The Excorcist, volgens Kermode de beste film aller tijden, heeft hij 200 keer gezien. Uit een opiniepeiling bleek dat Kermode de filmrecensent is die de Britten het meest vertrouwen.

Kermode heeft de onder recensenten schaarse, maar bewonderenswaardige gewoonte om films niet alleen in persvoorstellingen te zien, maar ook als reguliere consument, die voor een bioscoopkaartje moet betalen. Dat leverde het geestigste hoofdstuk in zijn nieuwe boek The Good, the Bad and the Multiplex. What’s Wrong with Modern Movies?

De ellende begint ermee dat Kermode er maar niet in slaagt online twee kaartjes te kopen voor zijn dochter en zichzelf voor de nieuwe film van het meisjesidool Zac Efron, The Death and Life of Charlie St. Cloud. Efron, doorgebroken in het succesvolle High School Musical, is onder meer beroemd vanwege zijn mooie haar; meisjes uit zijn doelgroep vinden dat heel belangrijk. Zie ook Justin Bieber. Als Kermode met zijn dochter naar een film van Zac Efron gaat wil hij dan ook zijn hele haar kunnen zien. Maar de projectie van de film is net niet goed, waardoor een flink deel van de bovenkant van Efrons beroemde hoofd buiten het scherm terechtkomt.

Kermode gaat verhaal halen, maar in de gigantische multiplex is niemand te vinden die hem behulpzaam kan zijn. De filmoperateur is in geen velden of wegen te zien, dankzij de wonderen van digitale projectie zijn zij vrijwel allemaal wegbezuinigd.

Zijn grootste ergernis is het volledig ontbreken van enige vorm van etiquette in de filmzaal, waar naar hartelust wordt gekletst, getelefoneerd en vooral heel veel gegeten; dat laatste is volgens Kermode „een abominabele vervloeking”. Veel mensen zijn hun woonkamer als bioscoop gaan inrichten – met hun geavanceerde ‘home cinema systems’– en ze gebruiken de bioscoop als huiskamer.

Dat is verkeerd. Een filmvertoning is een theatrale ervaring, die dezelfde mate van respect verdient als een toneelvoorstelling of de uitvoering van een opera. Het is zo’n bende in de bioscoop omdat er niemand meer is om een oogje in het zeil te houden. Ooit begeleidde een ouvreuse de bezoeker naar zijn plaats, en zorgde er en passant voor dat iedereen zich een beetje netjes gedroeg. Maar zulke functionarissen zijn vrijwel nergens meer te bekennen, hoewel bioscoopketens er genoeg geld voor zouden moeten hebben; popcorn – Kermode: „a barrel load of noisy, sickening crap” – is een ongelofelijk lucratieve versnapering die zo’n 400 keer over de kop gaat.

Multiplexen zijn niet het enige wat mis is met de moderne film volgens Kermode. Ze zijn eigenlijk het spiegelbeeld voor de vaak even liefdeloos, anoniem en onpersoonlijk in elkaar gedraaide films die in deze bioscopen te zien zijn. Dat is Kermodes andere steen des aanstoots: de overvloed aan hersenloze films die de bioscoopketens overspoelt, en waar te weinig mensen over vallen, omdat ze gewoon niets beters meer verwachten.

Er is geen enkele prikkel voor de filmstudio’s om met iets beters te komen, of tenminste iets anders, omdat moderne films eigenlijk niet meer floppen. Blockbusters verdienen op langere termijn – dvd, downloads en televisierechten meegerekend – vrijwel altijd hun geld terug. Het ouderwetse debacle – de megaflop – bestaat vrijwel niet meer. Gevolg: zowel de wortel als de stok ontbreken voor Hollywood om risico te nemen. Aan de andere kant, schrijft Kermode hoopvol, is er ook geen reden om niet te proberen nieuwe wegen in te slaan, want het geld komt uiteindelijk toch wel terug.

Zou het echt zo simpel zijn? Waarschijnlijk laat Kermode zich hier te veel meeslepen door zowel zijn passie als zijn weerzin. Maar dat is dan een tekortkoming waar hij als schrijver alleen maar zijn voordeel mee doet.

Mark Kermode: The Good, The Bad and the Multiplex. What’s Wrong with Modern Movies? Random House, 328 blz. 22 euro.