Demoniseren toen Hitler nog niet bestond deed je zo

Adolf Hitler is universeel erkend als de belichaming van het kwaad. Vooral in politieke debatten komt dat van pas. Zegt je tegenstander iets immoreels, dan maak je hem duidelijk dat hij in Hitler een medestander heeft. Maar hoe ging dat eigenlijk in de pre-Hitler-periode?

Journalist Brian Palmer zocht het uit. “In de 18e, 19e en 20e eeuw hadden Amerikanen en Europeanen meer met de bijbel dan met de geschiedenis van genocidale dictators”, schrijft hij op Slate.com, een website van de Washington Post. “Redenaars die op zoek waren naar een universeel symbool van het kwaad wendden zich doorgaans tot figuren als Judas Iscariot, Pontius Pilatus of, het meest gebruikelijke, de Farao van de Exodus. De alleenheerser zou tien plagen over Egypte hebben afgeroepen omdat hij het volk van Israël niet toestond zijn land te verlaten.

http://www.youtube.com/watch?v=SmnmOTYPU9E&feature=fvst

Dat maakt ‘de Farao’ misschien nog wel bruikbaarder dan ‘Hitler’. De nadruk ligt dan namelijk meer op het gevolg dan op het idee of de daad. Zelfs passiviteit kun je ermee veroordelen. Een minister die de financiële crisis niet adequaat aanpakt, zou je kunnen voorhouden dat hij net als de Farao van Exodus het onheil over ons afroept: ziekte, honger, dorst, dood.

Toch blijft Hitler het absolute morele nulpunt, stelt Palmer. Voor de Tweede Wereldoorlog hielden mensen zich namelijk niet zo bezig met dictators uit het verleden. Het historisch besef was minder, waardoor het weinig zin had om schurken uit het verleden op te rakelen. Zelfs Adolf Hitler onderstreepte dat. Naar verluidt zei hij in 1939 het volgende: “Wie heeft het nu nog over de uitroeiing van de Armeniërs?”

Eerder in deze serie:
Holocaustontkenning bestraffen is een vrije samenleving onwaardig
Hitler liquideren was ‘onsportief’ geweest.
Inglourious Basterds is geen vrijblijvende shootout meer
Adolf Hitler weer helemaal Mensch
Ereburgerschap Hitler beheerst Oostenrijkse politiek