Kolibries

Vorige week verscheen in de media het bericht dat een Nederlander op het vliegveld van Cayenne in Frans-Guyana is gepakt met een dozijn levende kolibries die hij in het kruis van zijn joggingbroek had genaaid. De vogelsmokkelaar gedroeg zich opvallend en moest zijn broek laten zakken. Douanebeambten vonden de piepkleine vogeltjes ingetapet in katoenen buideltjes en opgeborgen in een stukje huisvlijt dat mij doet denken aan zo’n handige schoenenzak-met-meerdere-vakken die je aan de binnenkant van een kastdeur kan ophangen. Hoewel kolibries thuis zijn in een warme en vochtige omgeving, was de kans dat de arme vogels de vliegreis naar Europa in het zuurstofloze, zweterige kruis zouden overleven minimaal. Kolibries halen hun enorme dagelijkse energiebehoefte uit de nectar van 1.000-2.000 bloemen, alleen al aan water hebben ze per dag 160 procent van hun eigen lichaamsgewicht nodig. Kansloos waren ze, zelfs als ze in de lethargische toestand waren geraakt waarin ze een periode van koude of voedselschaarste gewoonlijk doorbrengen.

Het is niet ondenkbaar dat de kolibriehandelaar geïnspireerd was door een zekere Sony Dong die in maart 2009 tropische vogels per vliegtuig levend van Vietnam naar Los Angeles smokkelde. De dayallijsters, roodoorbuulbuuls en schamalijsters, dertien in totaal, hingen ingepakt onder zijn broekspijpen met koordjes aan zijn kniekousen. De douaniers kregen argwaan toen ze vogelpoep op zijn sokken opmerkten. Deze vogelsmokkelaar kreeg vier maanden gevangenisstraf en 4.000 dollar boete.

    • Kees Moeliker