Industrie komt afspraken voor energiebesparing niet na

De industrie in Nederland heeft in de periode 1995-2008 veel minder energie bespaard dan steeds is afgesproken met de overheid. Het beleid om energiebesparing te bevorderen heeft weinig opgeleverd, zo concludeert de Algemene Rekenkamer in een rapport dat vandaag is gepubliceerd.

Het rapport is zeer kritisch over de rol van de overheid. De achtereenvolgende kabinetten kwamen weliswaar steeds met hoge ambities voor energiebesparing, maar ontwikkelden er vervolgens geen goed beleid voor. Afspraken die met de industrie in convenanten werden vastgelegd waren te vrijblijvend. De industrie verbruikt 40 procent van alle energie in Nederland.

Volgens het rapport is met name de zware industrie – raffinaderijen, staal- en zinksmelterijen, plasticfabrikanten, cementmakers – ontzien. Terwijl juist daar veel winst te behalen valt. Deze groep van 139 bedrijven gebruikt binnen de industrie als geheel 80 procent van alle energie.

Met de zware industrie had de overheid voor de periode 1999-2009 het ‘Convenant Benchmarking Energie-efficiëntie’ afgesloten. Deze afspraak was juist bedoeld om de afstand met de wereldtop op het gebied van energie-efficiëntie te verkleinen. Maar volgens de Algemene Rekenkamer werd het convenant in de loop der jaren steeds minder verplichtend doordat zogeheten side-letters werden opgenomen, die de zware industrie ontlastten. In 2004 werden de grootste energieverbruikers vrijgesteld van energiebelasting, waardoor de prikkel om energie te besparen verder afnam. De afstand tot de wereldtop is sindsdien alleen maar groter geworden.

Sinds 2009 geldt een nieuw convenant dat de industrie moet aanzetten tot energiebesparing, maar de Algemene Rekenkamer roept het kabinet-Rutte op strenger beleid op te stellen. Anders wordt de doelstelling – als Nederland gemiddeld 2 procent besparing per jaar tot 2020 – hoogstwaarschijnlijk niet gehaald.

Ook moet er voor het energie- en klimaatbeleid een nieuwe kabinetsvisie komen. Nu is het beleid te onsamenhangend en wispelturig. Het kabinet draagt de maatschappelijke en economische voordelen van verduurzaming te weinig uit.