'Ik wil niet meer die boeman zijn'

In ‘Bennie Stout’ stopt Sinterklaas voor het laatst een jongetje in de zak. De goedheiligman over toen en nu, over zijn vele imitators en over de horrorsint.

Zelfs volwassenen zijn zenuwachtig als ze met Sinterklaas moeten praten. Het blijft wel de Sint natuurlijk. Maar Sinterklaas is de laatste jaren ook een beetje een filmster, zoals deze week in de nostalgische familiefilm Bennie Stout van Johan Nijenhuis. Dus schreven we hem een brief waarin we hem om een interview verzochten. En kregen vervolgens, heel modern, een e-mail terug. En daarna mochten we hem op een geheim telefoonnummer bellen.

De goedheiligman gaat helemaal met zijn tijd mee wat betreft moderne communicatiemiddelen. Maar, zo weten we uit ervaring: een briefje in je schoen bij de verwarming met een wortel voor het paard erbij werkt ook nog steeds.

We zagen de laatste jaren veel filmsinterklazen, zoals een horrorsint en een moppersint.

„Sinterklaas heeft daar geen boodschap aan gehad. In de film Sint speelt Sinterklaas niet eens mee, dat is geen Sint, maar een Grint, een griezelsint, gespeeld door Huub Stapel. Hij heet Niklas en is ongeveer 1 meter 60 hoog. Hij deed niet eens zijn best om op Sinterklaas te lijken. In Het paard van Sinterklaas is het acteur Jan Decleir die speelt dat hij Sinterklaas is. En in Alles is liefde zien we acteur Eric Schneider zich als Sinterklaas verkleden, maar voor je het wist was hij dood. Sinterklaas was daarbij helemaal niet van de partij.”

Is het niet ook een beetje een eer?

„Ja natuurlijk. De populariteit van het Sinterklaasfeest maakt dat de Sint alom tegenwoordig is. Dan word je ook becommentarieerd en geparodieerd. Dat is een gouden wet. Sinterklaas heeft zowel het eeuwige leven, als dat hij een kind van zijn tijd is. Als het Sinterklaasfeest niet meer wordt gevierd, dan leeft de Sint niet meer.”

Speelt u in ‘Bennie Stout’ uzelf?

„In Bennie Stout speel ik Sinterklaas zoals die is geweest. In de jaren dertig werd het Sinterklaasfeest op een andere manier gevierd dan nu. Toen was Sinterklaas veel meer een morele leidsman, iemand die kinderen moest straffen, althans dat verwachtten de ouders van mij.”

U stelt wel moderne kwesties aan de orde, zoals het verschil tussen stout en ondeugend.

„Bennie Stout is natuurlijk wel in 2011 gemaakt. De kern van de film is dat de Sinterklaas uit 2011 speelt dat hij de Sint van 1930 is. Daarom is ook het idee van de straf omgekeerd. In de jaren dertig werden er nog kinderen in de zak gestopt, maar Bennie wil mee naar Spanje om zijn vader te halen. Ik wilde in geen geval weer die grote boeman moeten zijn die Sinterklaas tot de jaren vijftig is geweest. Dat was mijn voorwaarde. ‘Anders vraag je maar een acteur’, zei ik. Ik wilde de kinderen geen trauma bezorgen. Maar gelukkig waren regisseur Johan Nijenhuis en ik het daarover roerend eens. Dus als mensen hem vroegen: ‘Wie is Sinterklaas? Dan kon hij met een gerust hart antwoorden: ‘Sinterklaas natuurlijk!’”

Is het niet verwarrend, al die verschillende Sinterklaasfilms?

„Als Sint marktwaarde heeft, zullen daar altijd mensen een graantje van mee willen pikken. Ik moet wel zeggen dat onder anderen Martijn van Nellestijn heel erg z’n best doet om zijn Sinterklaas zoveel mogelijk op de echte Sint te laten lijken. Dus vind ik het eigenlijk prima. Want het is een teken dat Sinterklaas in het spel van jong en oud alom tegenwoordig is. Iedereen die doet alsof hij Sinterklaas is, ís op dat moment natuurlijk ook Sinterklaas. En zo lang mensen zin hebben om Sinterklaas te spelen, zal hij er zijn.”

Iedereen speelt Sinterklaas zegt u, van acteurs tot kinderen met een pluk watten onder hun kin. Heeft u nog tips voor die kinderen hoe ze de beste Sinterklaas kunnen spelen?

„Vriendelijk kijken. In het gezicht van Sinterklaas is alleen maar plaats voor ogen. Dus die moet je op de stand ‘lachen’ zetten. Dat is les één. En verder moet je goed luisteren. En als je een keertje geen antwoord weet, dan zeg je: ‘Vraag dat maar aan de Piet’, dan moet je die ouders zien kijken.”

Als ik u zo beluister, krijg ik het idee dat Sinterklaas ook een beetje ondeugend is.

„Nou en of. Dat is karakteristiek voor het feit dat Sinterklaas veel dichter bij kinderen staat dan bij volwassenen. Dat merk je als ouders hem weer eens voor hun karretje willen spannen. ‘Kunt u niet even tegen Marietje zeggen dat ze haar bordje leeg moet eten’, zeggen ze dan. En dan vraag ik aan Marietje: ‘Maar kan je moeder wel een beetje koken?’”

Met dank aan Bram van der Vlugt