Hulken slaan zich een weg uit de crisis

scene uit de film Warrior (2010) FOTO: eOne

Warrior. Regie: Gavin O’Connor. Met: Joel Edgerton, Tom Hardy, Nick Nolte. In: 24 bioscopen. ****

Boksfilms: het raakt iets atavistisch in ons brein. Mannen die de degens kruisen terwijl op de heuvel de prijs wacht: vrouw, macht, roem, geld. En ze bieden troost in bange tijden, zoals Warrior bewijst.

Oké, het is ook een gênant genre. Een van de beste films van de gebroeders Coen, Barton Fink (1991), gaat over een sensitieve toneelschrijver die ‘drama voor de gewone man’ wil schrijven, maar in het Hollywood van de jaren dertig volledig blokkeert als hij echt moet schrijven wat die ‘gewone man’ wil: een worstelfilm voor acteur Wallace Beery. Dat worstelen is een grapje. Eigenlijk gaat het over boksfilms, het genre dat Beery in depressiejaar 1931 definieerde met The Champ: over de oude, dronken bokser Andy ‘Champ’ Purcell die nog één keer de ring ingaat zodat zijn zoon trots op hem is.

Een klassieke boksfilm biedt hoop. De held is de underdog: oud, traag, arm, dronken, getraumatiseerd of ziek. Tijden zijn hard. Hij dreigt het respect van vrouw/gezin/familie te verliezen. De vijand is oppermachtig en arrogant. Tot de held diep in zijn ziel tast en energie, doorzettingsvermogen en talent vindt om zijn droom te realiseren.

Zo’n triomf van de kleine man biedt tegengif voor defaitisme: boksfilms spreken het meest aan in tijden van crisis. Zo leken de clichés van de boksfilm in de jaren zeventig dermate uitgewoond dat John Huston met Fat City en Martin Scorsese met Raging Bull antiboksfilms maakten, over boksers die juist aan karakterzwakte bezweken. Maar in 1976, toen Amerika in een langdurige malaise verkeerde, maakte de boksfilm ook een daverende comeback met Rocky. Waarop er vele volgden, gebakken volgens het oude recept.

Tijden zijn hard: geen wonder dus dat er vorig jaar ook weer een succesvolle, excellente boksfilm verscheen, het met twee Oscars bekroonde The Fighter. En nu Warrior, minder voortreffelijk, wel heel goed. Nota bene: deze film speelt in de wereld van ‘mixed martial arts’, een combinatie van worstelen, boksen en karate, in Nederland berucht als ‘kooivechten’. Dat leverde al talloze pulpfilms op, maar Warrior is anders. Punt is dat boksfilms niet langer werken: boksen is uit de gratie nu obscure Oostbloktypes de titels verdelen. The Fighter slaagde alleen omdat het een historische boksfilm is, die zich afspeelt in de jaren negentig.

Warrior is een voortzetting van de klassieke boksfilm met andere middelen. Zoals The Fighter speelt in Lowell, wieg van Amerika’s zieltogende zware industrie, zo is de habitat van Warrior Pittsburg, hart van Amerika’s ‘roestgordel’ van kolen en staal. Veel troostelozer kan het niet. Twee zonen van een alcoholistische vader (Nick Nolte) komen beide uit in het toernooi Sparta: inzet 5 miljoen dollar. Brendan is een oude kooivechter die huisvader werd, maar het zelfs met twee baantjes niet kan bolwerken en zijn huis dreigt te verliezen: Rocky in de kredietcrisis. Zijn kleine broertje Tommy is het type Mike Tyson: een vat woede en testosteron die gebukt gaat onder een compacte bulk schouderspieren, maar ook een behoeftige, getraumatiseerde oorlogsheld. De broers hebben tegengestelde vechtstijlen. Tommy is van de mokerslagen, Brendan een loerende strateeg die incasseert, maar bij dat ene foutje toeslaat. De derde factor in de vergelijking is Koba, een dubbelgespierde Rus.

Ik weet het, dit klinkt heel erg allemaal. Maar het aardige is: de clichés zijn zo geconfigureerd dat je niet weet welke kant het opgaat. Zal de ene de andere broer moeten wreken tegen de wrede Rus? Of treffen zij elkaar, en voor wie moet je dan zijn? Warrior werkt dankzij een sluw script dat al Amerika’s problemen samenbrengt in de ring, waar keiharde kerels met kleine hartjes ze zomaar even uit de wereld slaan. Wat helpt is het verzamelde acteertalent van Nick Nolte als huilerige ex-alcoholist en zijn zoons, spierbundels Joel Edgerton en Tom Hardy. De tijden van Arnold Schwarzenegger, toen bodybuilden en acteren niet samengingen, zijn voorbij: deze hulken loodsen ons bekwaam naar een finale die tegelijk belachelijk, ontroerend en origineel is.

Baan kwijt? Schulden? Gewoon gaan. Of wacht op de dvd, want zo’n bioscoop met kooivechtvolk is misschien iets teveel voor u?

Coen van Zwol