Het blijft oorlog totdat de Messias komt

Het aantal anti-Palestijnse provocaties door radicale Israëlische kolonisten stijgt.

Maar in de nederzetting Kiryat Arba worden Arabieren nog altijd begroet.

Children of Israeli settlers damage vines in a Palestinian orchard near Hebron during a rally which preceeded a funral on September 25, 2011 at the location where Israeli settler Asher Palmer, 25, and his one-year-old son, Yehonatan, were killed two days earlier when their car overturned near the Kiryat Arba settlement in the southern West Bank in a car accident allegedly caused by a stone thrower. AFP PHOTO/DAVID BUIMOVITCH AFP

Op een buitenmuur van de moskee in Galilea, Noord-Israël, die zondag in brand werd gestoken, is in het Hebreeuws „wraak” geschreven. En: „Palmer.”

Het is een verwijzing naar Asher Palmer, een 25-jarige kolonist uit Kiryat Arba, die vorige maand samen met zijn zoontje met de auto verongelukte. Volgens het Israëlische ministerie van Defensie is hun dood het werk van Palestijnse stenengooiers. Kolonisten krijgen de schuld van de brandstichting.

In Kiryat Arba, een Israëlische nederzetting midden op de bezette Westelijke Jordaanoever, vlakbij de Palestijnse stad Hebron, is van wraakzucht weinig te merken. Op bankjes kouten bejaarde dames oeverloos in het Russisch. Jonge moeders met lange rok, hoofddoek en gezonde sandalen doen boodschappen in de zon. Ze wensen elkaar een zoet (joods) nieuwjaar als hun wegen zich kruisen.

De straten van Kiryat Arba zijn smetteloos en omgeven door zwaar bewaterde begroeiing. Het enige straatrumoer komt van borende werklieden, een enkele legerjeep. Op een basisschool wordt voor de feestdagen geoefend met de ramshoorn.

Een eilandje in de zee. Zo noemt basisschoollerares Hedva Nuni (51) de nederzetting waar ze lesgeeft. Buiten de slagbomen van het plaatsje – ruim zevenduizend inwoners – dreigt gevaar. Daar kreeg Asher Palmer een steen tegen zijn hoofd.

De kinderen praten erover op school, zegt Nuni. „Natuurlijk.” Ze haalt haar schouders op. „Maar we zijn het gewend.” Een jaar geleden werden vier kolonisten van Kiryat Arba in hun auto doodgeschoten. In de jaren tachtig werden er vier neergestoken in Hebron.

Kiryat Arba (1968) is een van de oudste Israëlische nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever. Volgens de internationale gemeenschap zijn de nederzettingen illegaal.

In New York bespreekt de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties nu de Palestijnse aanvraag voor VN-lidmaatschap als onafhankelijke Staat. Nuni heeft er geen goed gevoel over. Banger dan voor een Palestijnse steen door de voorruit is ze voor de Israëlische overheid, die in 2005 alle kolonisten uit de Gazastrook weghaalde.

Ze bekijkt het realistisch, zegt ze. „Er zullen onderhandelingen komen en er zullen nederzettingen moeten verdwijnen. Er is geen andere optie.”

Nuni gruwt bij de gedachte. Ze woont al 25 jaar in bezet gebied. Ze kwam hier met jonge kinderen. „Omdat ik buiten wilde wonen, in een hechte gemeenschap. En omdat ik vind dat dit land van ons is.”

Nuni is niet religieus en denkt niet dat een God deze grond voor de joden heeft bestemd. „Maar wij waren hier duizenden jaren geleden al. En het voelt alsof ik hier hoor.”

Vroeger woonde ze in Tel Aviv, waar ze nauwelijks naar buiten durfde, „bang voor criminaliteit”.

De eerste jaren op de Westelijke Jordaanoever waren paradijselijk, herinnert Nuni zich. „We deden boodschappen bij de Arabieren in Hebron. We kenden elkaar bij naam. Toen ik eens autopech had werd ik door Arabieren geholpen.” Die dagen zijn voorgoed voorbij. Ze is bang op de wegen rond Kiryat Arba – waar het momenteel relatief rustig is.

Het is als zwemmen in een zee waar misschien haaien zijn, zegt David Primack, een kleine dikke man die twee jaar geleden vanuit de Amerikaanse staat New York naar Kiryat Arba verhuisde. „Je wordt pas echt bang als je een vin ziet. Maar je bent steeds op je hoede.”

Primack (51) probeert met vijf baantjes zijn gezin te onderhouden. Hij schrijft teksten voor mezoezas, de tekstkokertjes die joden traditioneel aan de deurpost schroeven. Hij helpt bedevaartgangers bij de Tombe der Patriarchen in Hebron. Hij schrijft af en toe teksten voor een medisch blog.

Soms geeft hij juridisch advies, dan past hij op andermans katten.

Voor zijn carrière kwam Primack niet naar Kiryat Arba. „Ik ben verliefd op deze plek. Iedereen zorgt voor elkaar, vertrouwt elkaar. Hier zijn prachtige bergen, er is stilte.”

Ongevraagd zegt Primack: „Ik houd ook van Arabieren. Niet van die suïcidale natuurlijk, maar in Hebron is het leuk om Arabieren om me heen te hebben. Ik zeg altijd goedemorgen tegen hen.”

De Israëlische aanwezigheid op de Westelijke Jordaanoever neemt almaar toe. Een web van nederzettingen, wegen, wegversperringen, wachtposten en militaire bases maakt het steeds moeilijker voor Palestijnen om zich te bewegen.

Tegelijk stijgt het aantal provocaties van radicale kolonisten. Zo hielden kolonisten de afgelopen weken protestmarsen naar Palestijnse steden. Auto’s werden in brand gestoken, moskeeën beklad.

In het verleden hebben ook inwoners van Kiryat Arba zich schuldig gemaakt aan geweld. Zo schoot Baruch Goldstein in de jaren negentig 29 biddende Palestijnen dood. Drie jaar geleden schoten andere kolonisten uit Kiryat Arba op een Palestijnse familie in de buurt.

Vorige week werden tientallen Palestijnse olijfbomen ontworteld op het land naast de plek waar de twee kolonisten van Kiryat Arba verongelukten. Net als in Galilea suggereerde graffiti vergelding.

David Primack begrijpt wel waar die woede vandaan komt, zegt hij. „De overheid beschermt ons niet genoeg. Dan nemen mensen het recht in eigen hand.” Maar het helpt niets, zegt Primack. „Wij zijn niet de mensen om een heel volk uit te roeien.”

In onderhandelen met de Palestijnen gelooft Primack ook niet. „Dat hebben we twintig jaar lang vergeefs geprobeerd.” Evacuatie werkt averechts, zegt hij. „Kijk wat er met Gaza gebeurd is nadat wij daar zijn vertrokken.” Daar heeft de fundamentalistische beweging Hamas de macht gegrepen. Van daaruit landen regelmatig raketten op Israëlisch grondgebied.

Wat stelt Primack dan voor? „De annexatie van alle gebieden op de Westelijke Jordaanoever waar nu joden wonen. De Arabieren bieden we burgerrechten aan, en mensenrechten als ze zich goed gedragen, in ruil voor de grond waarop zij leven.”

Het zou volgens Primack slechts een tussenoplossing zijn. „Het blijft oorlog tot de Messias komt.”