Eurocrisis is als Oedipus-tragedie

Net als het lot van Oedipus lijkt de eurocrisis ons als een tragedie te overkomen. Maar een tragedie behandelt juist onze eigen medeplichtigheid, schrijft Simon Critchley.

De afgelopen dagen, weken en maanden hebben de media de crisis in de eurozone en de hoofdrol daarin van Griekenland talloze malen beschreven als een tragedie. Maar is het ook een tragedie?

Ja, maar niet in de betekenis die hieraan meestal wordt gehecht. En dit verschil is belangrijk en veelzeggend.

In het gewone mediataalgebruik is een tragedie gewoon pech die iemand overkomt (een ongeluk, een dodelijke ziekte) of een natuurramp waaraan niemand iets kan doen. Maar als ‘tragedie’ als pech wordt opgevat, is dat een wezenlijke misvatting van het begrip tragedie. Een tragedie vereist een zekere medeplichtigheid van onze kant bij de ramp die ons vernietigt. Het gaat niet alleen om de kwaadwillige werking van het noodlot – een duistere voorspelling die uit de ondoorgrondelijke maar vaak dubieuze wil van de goden voortkomt. Met andere woorden: een tragedie vereist de nodige vrijheid.

Zo kunnen wij ook de tragedie van Oedipus opvatten. Met genadeloze ironie zien we iemand uit een positie van schijnbare kennis – ‘Ik ben Oedipus, sommigen noemen mij groot; ik los raadselen op; welnu, burgers, wat is het probleem?’ – opschuiven naar een diepere waarheid waarvan Oedipus geheel onkundig leek te zijn: hij is een vadermoordenaar en incestpleger.

Maar er is ook nog een achtergrondverhaal dat de aandacht verdient. Oedipus kwam in Thebe en loste het raadsel van de Sfinx op nadat hij had geweigerd terug te gaan naar zijn vermeende geboortestad Korinthe omdat hij net van het orakel te horen had gekregen dat hij zijn vader zou vermoorden en met zijn moeder naar bed zou gaan.

Oedipus kende zijn vloek. En natuurlijk kwam hij onderweg van het orakel een oudere man tegen die wel heel veel op hem leek, zoals Jocaste later in het stuk per ongeluk erkent, die hij vermoordde toen deze hem op een kruising weigerde voorrang te verlenen – een fraai voorbeeld van een straatruzie in de antieke tijd.

Gelet op het vreselijke bericht van het orakel en zijn onzekerheid over de identiteit van zijn vader, hadden we mogen verwachten dat Oedipus voorzichtigheid zou betrachten alvorens te besluiten een oudere man te vermoorden die notabene op hem leek. Een moraal van de tragedie is dat we ons lot zelf beramen.

Napoleon schijnt tegen Goethe te hebben gezegd dat de rol van het noodlot in de oudheid in de moderne wereld is overgenomen door de macht van de politiek. Wij hebben daarom niet meer de voortdurende aanwezigheid van de goden en orakels nodig om de onvermijdelijke macht van het noodlot te begrijpen.

Dat is een boeiende gedachte. Maar daarmee is nog niet gezegd dat wij tot een onwrikbaar noodlot zijn veroordeeld door de fraaie politieke regimes waaronder we leven. Het is eerder zo dat we met dit noodlot samenspannen en – schijnbaar onbewust – zodanig handelen dat we het noodlot over ons afroepen. Dat is misschien ook wel het politieke leven. We krijgen de regeringen die we verdienen.

Een tragedie heeft een soort boemerangstructuur waarin de handeling die we de wereld in werpen, met een potentieel dodelijke snelheid weer naar ons terugkomt.

De diepere waarheid is dat Oedipus weigert te horen en in te zien wat er tegen hem wordt gezegd.

De Griekse tragedie biedt lessen in schaamte. Als we die les leren en uiteindelijk – zoals Oedipus – enig inzicht verwerven, dan kost dit ons misschien wel ons gezichtsvermogen en rukken we onze ogen uit – van schaamte.

De politieke wereld staat bol van valse schaamte, slecht gespeelde nederigheid en verontschuldigende krokodillentranen. Maar echte schaamte is iets anders.

Vatten we de tragedie eenmaal op in deze rijkere zin, dan zou ze weleens tal van aspecten van het hedendaagse politieke leven kunnen belichten.

Om naar het voorbeeld van Europa terug te keren: de tragedie van de euro is dat juist het project dat bedoeld was om Europa te verenigen en een ruw mengsel van landen met afspraken over de vrije markt tot een politieke eenheid te smeden, de regio ten slotte heeft verdeeld en averechtse gevolgen heeft gehad, zoals de spectaculaire opkomst van populistisch rechts in landen als Nederland, vanwaar ik dit schrijf, en bijna elke andere lidstaat – zelfs het goede oude Finland.

De euro is een enorme boemerang die inmiddels talloze miljoenen mensen onderuithaalt. En de Europese leiders blijven in hun blindheid doen alsof dit niet zo is.

Het tragische is dat we dit deels van begin af aan hebben geweten en er uit arrogantie, dogmatiek en zelfgenoegzaamheid in mee zijn gegaan. Maar we hoorden niets en zagen niets – uit schaamte.

In de wanhopige pogingen om de EU te stutten zonder de verantwoordelijkheid te nemen voor de ramp die zich ontrolt, zien we de tragische waarheid van iets wat we zelf hebben gewild, maar dat de EU in haar huidige vorm ook weleens zou kunnen vernietigen.

De Brit Simon Chritchley is hoogleraar filosofie aan de New School for Social Research in New York. Dit is een fragment uit zijn Radboud Lecture De filosofie van de tragedie, de tragedie van de filosofie, gisteravond uitgesproken in Nijmegen in het kader van het Soeterbeeck-programma van de Radboud Universiteit Nijmegen.