Einde van eregeldregeling voor 'heel oude' schrijvers is in zicht

Pieter Steinz

Het was een klein terzijde in een boekrecensie in Elsevier van 13 augustus, maar het leidde meteen tot Kamervragen van de PVV. Schrijfster Hannemieke Stamperius, in de jaren zeventig bekend als Hannes Meinkema, krijgt sinds 2000 ‘levenslang’ een eregeld van het Nederlands Letterenfonds omdat ze „een inspiratie en een wegbereider” voor de schrijfsters na haar is geweest. De 67-jarige Stamperius is een van de 23 oudere schrijvers en vertalers „met bijzondere verdiensten voor de Nederlands- of Friestalige literatuur” die jaarlijks maximaal 7.500 euro krijgen. Ze deelt die eer met onder meer H.H. ter Balkt, Maarten Biesheuvel, Remco Campert, Thérèse Cornips, Gerrit Kouwenaar en Marga Minco.

Kamerlid Martin Bosma (PVV) stelde staatssecretaris Halbe Zijlstra (Cultuur, VVD) direct vragen. Twee daarvan berustten volgens de staatssecretaris op een leesfout van Bosma, maar op de laatste vraag – ‘Kunnen Henk en Ingrid ook levenslang subsidie van een kunstfonds ontvangen?’ – kwam een indirect nee. Zelfs al had het stel boeken geschreven die vergelijkbaar zijn met Het wil nog maar niet zomeren, dan nog zou het geen eregeld krijgen „omdat het fonds geen financiële ruimte heeft voor nieuwe toekenningen”.

Betekent dat het einde van de eregeldregeling? Greetje Heemskerk, afdelingshoofd auteursbeleid van het Letterenfonds: „We moeten een miljoen bezuinigen. Terwijl we ook allerlei extra activiteiten krijgen toegeschoven met te weinig budget. Het ministerie geeft steeds meer richting aan hoe wij ons geld mogen uitgeven, en het wil geen regelingen die een inkomensvoorzienend karakter hebben. Maar het gaat om kleine bedragen, voor schrijvers die vaak geen pensioen hebben opgebouwd. In veel gevallen is het, zoals de staatssecretaris ook zegt, inkomenscompensatie voor heel oude auteurs die niet meer publiceren. Waarom die ophef, terwijl niemand het raar vindt dat komkommertelers na een slechte oogst door de Staat worden gecompenseerd?”