Een nieuwe generatie Tories wil weg uit 'opdringerige' Europese Unie

Op het partijcongres van de Britse Conservatieven heerst groot wantrouwen jegens Europa. Tijd om de EU-verdragen ‘te ontrafelen’.

Young conference goers listen to speeches on education in the main hall on the third day of the Conservative Party's annual Conference in Manchester northern England October 4, 2011. REUTERS/Toby Melville (BRITAIN) REUTERS

Op het partijcongres van de Britse Conservatieven in Manchester gebeurde de afgelopen dagen iets wat de partijleiding liever niet had gewild. Terwijl de officiële toespraken keurig gingen over wat de Tories binnen de coalitie allemaal hebben bereikt, ging het in de wandelgangen en in de debatzaaltjes vooral over de Europese Unie.

Na de lunch konden de partijleden maandag bijvoorbeeld kiezen tussen panelsessies over ‘We need to talk about Europe’, ‘the Government’s record in Europe’ en ‘Europe: time for action’. Gisteravond was er een discussie over Europese buitenlandpolitiek. En bij die debatten was er altijd wel iemand die de vraag stelde: moet er niet een referendum worden gehouden? In or out?

Dat euroscepticisme van de Conservatieven staat in schril contrast met de euroapathie onder de rest van de Britten. Ook al zegt 47 procent desgevraagd uit de EU te willen stappen (tegenover bijna 70 procent van de Conservatieve partijleden), belangrijk vinden ze het onderwerp niet. De gewone kiezer maakt zich vooral zorgen over de bezuinigingen, gezondheidszorg, werkloosheid, criminaliteit en onderwijs.

Dat besefte premier David Cameron ook toen hij als partijleider werd gekozen. Hij beloofde dat de Tories zouden ophouden met „drammen over Europa”. De partij dreigde zich met zijn euro-obsessie te distantiëren van de rest van het land, en belangrijker: dreigde uiteen te vallen over de eigen eurostrategie.

Een groeiende groep Conservatieven ziet nu in de eurocrisis een uitgelezen kans om de relatie tussen het Verenigd Koninkrijk en de EU te veranderen. Vorige maand richtten 120 Lagerhuisleden de Brugge-groep op, die uitzoekt welke bevoegdheden zijn „terug te halen uit Brussel”. Door de verdere integratie van de eurolanden zijn volgens hen de oorspronkelijke voorwaarden veranderd waaronder de Britten in 1973 lid werden van de Unie.

De vastberadenheid en toon van deze – vooral jonge – eurosceptici is anders dan die van hun voorgangers in de Maastricht-tijd begin jaren negentig. De vijandigheid is nu gericht op de regelzucht en bureaucratie van Brussel, en minder op de vermeende kolonisatie van het Koninkrijk door Europa en het verlies van de Britse identiteit.

Bovendien menen ze dat de Tories zich met euroscepsis kunnen onderscheiden van de Liberaal-Democraten. Niemand zei het hardop, maar de softe houding van de regering ten opzichte van de EU wordt de pro-Europese coalitiepartner verweten.

In Manchester ging het over „de opdringerige Unie” en een Commissie die in een tijd van bezuinigingen juist meer geld wil van zijn lidstaten. Het is „tijd om de verdragen te ontrafelen” zodat het Verenigd Koninkrijk eenzelfde status als Zwitserland krijgt, was een van de suggesties.

In een andere zaal was de conclusie dat de Britten zich afzijdig moeten houden van de hele eurocrisis: „Moet ons doel niet zijn dat de hele zaak instort?” vroeg een conservatief in de zaal aan het panel.

En vrijwel overal werd instemmend gereageerd als er werd geopperd dat er, net als in 1975, een referendum over het EU-lidmaatschap moet worden gehouden. Een van de grote voorstanders hiervan is Lagerhuislid Douglas Carswell. „Het economische argument om lid te worden, is volledig weggevallen”, vindt de euroscepticus. „Toen we lid werden, was de EU een welvarend economisch blok. Dat is niet meer zo.”

Niet dat hij „barrières in het Kanaal” wil opwerpen, integendeel. „Er is een zeker voordeel om als kleinere staat te opereren en je te ontsluiten voor de hele wereld.”

Premier Cameron noemde een referendum gisteren „het verkeerde antwoord”. „De meeste mensen in dit land willen niet daadwerkelijk de EU verlaten, maar de EU hervormen. Ze willen er zeker van zijn dat de machtsverhoudingen tussen een land als het Verenigd Koninkrijk en Europa beter worden.”

Zelfs minister van Buitenlandse Zaken William Hague, een overtuigd euroscepticus, wees een referendum van de hand. „Onze plaats is in de Europese Unie”, zei hij.

Daarmee is de zaak echter niet afgedaan. Een petitie waarmee eurosceptici een debat over een mogelijk EU-referendum in het Lagerhuis willen afdwingen, werd door meer dan tienduizend Britten ondertekend, en moet dus worden ingewilligd.