Dierenliefde is linkse identiteitspolitiek

Met het verbieden van stierenvechten of ritueel slachten markeren politici hun land of streek tegenover andere, schrijft Herman Lelieveldt.

Vorige maand nam Catalonië als tweede Spaanse regio afscheid van het stierenvechten. Nadat eerder in 1991 de Canarische Eilanden de corrida al in de ban hadden gedaan, stemde vorig jaar een nipte meerderheid van het Catalaanse parlement in met het burgerinitiatief van de actiegroep Prou die al jaren onvermoeibaar strijdt voor de afschaffing van stierenvechten in Spanje.

Het Catalaanse verbod is indicatief voor een steeds grotere nadruk op identiteit in de politiek, in dit geval de Catalaanse. De aandacht voor dierenwelzijn past in een al langere ontwikkeling in vele landen waarbij politici meer en meer tijd besteden aan vragen ‘Wie zijn wij?’, ‘Wie horen er wel en niet bij ons?’ En nu dus ook: ‘Hoe gaan we met onze dieren om?’.

In juni nog stelde de Australische regering een exportverbod van levend vee naar Indonesië in, toen duidelijk werd dat Australische runderen slecht werden behandeld in de Indonesische slachthuizen. ‘Zo ga je niet met ons vee om’, leek de Australische regering te willen zeggen. En op de laatste dag voor het zomerreces werd onze eigen Tweede Kamer even wereldnieuws door zich in grote meerderheid te scharen achter het wetsvoorstel van de Partij voor de Dieren voor de afschaffing van het onverdoofd ritueel slachten. Maar liefst 116 Kamerleden – bijna 80 procent van de aanwezigen – steunden Marianne Thiemes voorstel om de voor joden en moslims bestaande uitzondering op verplichte verdoving te schrappen.

Wie even denkt aan het succes van de PVV, de Vlaamse N-VA, de Italiaanse Lega Nord en het Franse Front National begrijpt dat het tot nu toe vooral rechtse populistische partijen zijn geweest die met succes de kaart van de identiteitspolitiek gespeeld hebben. Deze partijen kiezen voor de politiek van de demarcatie, een term van de Zwitserse politicoloog Kriesi. Ze pleiten voor strenge immigratiepolitiek, veroordelen het verlies aan nationale soevereiniteit en hebben weinig op met de multiculturele samenleving.

Wat het verbod op stierenvechten en dat op ritueel slachten laat zien, is dat nu ook linkse partijen met succes de kaart van de identiteitspolitiek weten te spelen. De gelijkberechtiging van dieren wordt ook door meer politici omarmd, zoals bijvoorbeeld bleek bij het debat over ritueel slachten. Volgens PVV’er Dion Graus zou het „te gek voor woorden zijn” als sommige dieren „wel mishandeld en gemarteld mogen worden en andere niet”. En volgens Kamerlid Stientje van Veldhoven (D66) „moet het voor een dier in Nederland qua welzijn niet uitmaken welk geloof zijn slager heeft”.

Er is echter ook een meer ontnuchterend antwoord op de vraag waar het enthousiasme bij parlementariërs voor deze identiteitspolitiek vandaan komt. Het antwoord daarop brengt ons onvermijdelijk bij de bekende thema’s van globalisering en denationalisering. De politieke ruimte voor nationale politici om strijd te voeren op de andere, economische as wordt kleiner en kleiner.

Kijk bijvoorbeeld eens naar de financiële crisis. Iedere keer als regeringsleiders van een Europese top in Brussel terugkomen staan de nationale parlementen met de rug tegen de muur. Het is slikken of stikken bij de steunpakketten voor de Grieken en het redden van de euro.

De voortschrijdende economische integratie is een trein die niet meer te stoppen is. Het zal niet heel lang meer duren voordat ook onze pensioenleeftijd en de hoogte van de AOW onderwerp van Europese besluitvorming zullen zijn. Het gevolg van deze verplaatsing van de sociaal-economische politiek is dat het nationale politici dwingt om op zoek te gaan naar andere onderwerpen om zich mee te profileren. Juist identiteitspolitiek leent zich daar bij uitstek voor, zeker als het om maatregelen gaat die weinig kosten en een beperkte groep treffen. Het lijkt ons verankering te geven in een wereld die complexer en verwarrender wordt. Door ons af te grenzen en regels op te stellen die hier voor iedereen zonder uitzondering gelden, proberen politici ons het gevoel te geven dat we in ieder geval in eigen land de zaken nog een beetje op orde hebben.

Herman Lelieveldt doceert politicologie aan de Roosevelt Academy, een van de liberal arts and sciences colleges van de Universiteit Utrecht in Middelburg.