Dexia kan geldmarkt in crisis storten

De problemen van de Belgisch-Franse bank Dexia dreigen over te slaan op andere banken in de eurozone. De schulden van Europese probleemlanden hollen de bankbalansen uit.

Terwijl de Europese ministers van Financiën gisteren in Luxemburg bijeen waren om te praten over de schuldencrisis, haalden in België consumenten honderden miljoenen aan spaargeld weg bij de bank Dexia. De Nationale Bank van België liet snel weten dat er geen enkele reden was om geld bij Dexia weg te halen. Toch pasten de Europese ministers hun gespreksonderwerp aan. Ineens ging het over nieuwe maatregelen om banken te steunen. De schuldencrisis dreigt nu een nieuwe bankencrisis te veroorzaken.

De problemen voor de Belgisch-Franse bank Dexia begonnen maandag nadat kredietbeoordelaar Moody’s had gewaarschuwd voor een lagere kredietstatus van de bank. Volgens de kredietbeoordelaar kan Dexia steeds moeilijker aan geld komen op de interbancaire markt. Met andere woorden: andere banken hebben steeds minder vertrouwen in de Belgisch-Franse bank. Waarom? Omdat Dexia voor ongeveer 3,5 miljard aan Griekse staatsobligaties heeft. En ook nog eens voor een dikke 15 miljard aan Italiaans schuldpapier. En doordat een oplossing voor de schuldenlast van Griekenland steeds moeilijker lijkt, drukt deze portefeuille Griekse staatsobligaties steeds zwaarder op Dexia.

De Belgisch-Franse bank is daarmee het eerste slachtoffer van de Griekse schuldencrisis, maar het is wachten op de volgende Europese bank die in de problemen raakt. Neem de Franse banken Société Générale en BNP Paribas, die volgens de resultaten van de stresstest voor banken in juli respectievelijk 2,7 miljard euro en 5 miljard euro aan Grieks schuldpapier hebben.

Het is allang niet meer Griekenland alleen dat als een probleem wordt gezien voor banken. Ook de obligaties van andere Europese landen die met te grote schulden kampen worden als steeds risicovoller gezien. Nu beoordelaar Moody’s de kredietstatus van Italië met drie stappen verlaagd heeft, is dat alleen nog erger geworden.

Volgens het Internationaal Monetair Fonds werd een jaar geleden 5 procent van de uitstaande staatsobligaties in de eurozone gezien als risicovol. Nu Spanje en Italië ook probleemlandstatus hebben, wordt bijna de helft als risicovol beschouwd.

Staatsleningen zijn in korte tijd veranderd van superveilig – meer een soort sparen dan echt beleggen – in giftige producten. Waar het in 2008 cruciaal was om te kijken hoeveel subprime en Alt-A-hypotheken banken bezaten, zijn het nu de staatsobligaties die werken als een rode lap. Wie heeft wat?

Hoe meer landen in de problemen komen, hoe meer banken volgen. BNP Paribas bezit bijvoorbeeld 24 miljard aan Italiaanse schuld. De Italiaanse bank UniCredit bezit 47,4 miljard aan staatsleningen uit eigen land. De Spaanse bankreus Santander heeft 41 miljard euro aan Spaanse obligaties. En waar ING geen bijzonder grote blootstelling aan Griekse obligaties heeft, bezit de bank 5,7 miljard aan Italiaanse obligaties. De potentiële problemen blijven niet beperkt tot Europa. De verzekering voor beleggers tegen een faillissement van de Amerikaanse zakenbank Morgan Stanley is de afgelopen dagen veel duurder geworden. Morgan Stanley zou namenlijk grote belangen in Europa hebben.

Banken worden zelf nerveus. Ze stallen steeds meer overtollig geld bij de ECB. Als banken elkaar vertrouwen, lenen ze hun overtollige geld aan elkaar uit. Dat levert meer rente op. Maar in crisistijden kiezen zij zekerheid en zetten ze het geld bij de ECB tegen een lagere rente. Vrijdag nam de ECB nog net geen 200 miljard euro aan van banken in het eurogebied. Gisteren was dat gestegen tot 213 miljard euro, het hoogste niveau van het jaar.

Morgen komt de bestuursraad van de ECB bijeen in Berlijn. De ECB houdt al anderhalf jaar de eurozone bijeen door staatsobligaties van probleemlanden te kopen. Eerst Griekenland. Daarna Portugal en Ierland. Toen Spanje en Italië. Wat nu?

Om de problemen bij de Europese banken niet verder uit de hand te laten lopen zal de druk groot zijn om op volle kracht door te gaan met het opkopen van staatsobligaties. Maar het bestuur van de ECB is zwaar verdeeld en de ruzie ligt op straat, wat niet vaak voorkomt in het consensusmodel van de bestuursraad. Als de weerstand binnen het bestuur van de ECB zo toeneemt dat het opkoopprogramma afgebouwd of zelfs gestaakt wordt, zullen de Italiaanse en Spaanse rente steeds hoger oplopen. Dan zullen meer Europese banken in problemen komen.

De verwachting is dat de ECB onconventionele middelen uit de kast haalt om banken te steunen. Bankpresident Trichet zou bekend kunnen maken dat banken een jaar lang ongelimiteerd geld kunnen lenen bij de ECB tegen een vast rentepercentage. Dit zou een manier kunnen zijn om te voorkomen dat de haperende geldmarkt, waar Moody’s voor waarschuwt in het rapport over Dexia, uitmondt in een zware kredietcrisis. Verschillende ECB-bestuurders hebben gehint dat de ECB liquiditeitssteun overweegt. Ook kan de ECB gedekte obligaties van eurozone-banken opkopen om de financieringsbehoefte van banken te verlichten.

Maatregelen zijn nodig. Een nieuwe bankencrisis zou de schuldencrisis verergeren. Banken in problemen verstrekken minder nieuwe leningen aan bedrijven en consumenten. Het zijn juist die leningen die zorgen dat de economie kan groeien. En die groei zorgt weer voor belastinginkomsten waardoor overheden hun schulden kunnen afbouwen.