Dexia in de rol van Cassandra

De haastige redding van de bank Dexia door de Franse en Belgische overheden kan op het eerste gezicht worden gezien als een nieuwe fase in de eurocrisis. Deze bank, met 3,5 miljard euro aan Griekse staatsobligaties, een kleine 5 miljard aan leningen in Griekenland en onder meer 15 miljard aan Italiaanse schuldpapier in portefeuille, kan de eerste worden in een nieuwe rij van dominostenen.

In wezen is hier geen sprake van een nieuwe ontwikkeling, maar eerder van continuïteit. De kredietcrisis was een bankencrisis. Om het systeem te redden namen nationale overheden in de praktijk een groot deel van de bankrisico’s over. De kredietwaardigheid van die overheden is daardoor, en door de zware economische recessie die de kredietcrisis teweegbracht, niet langer boven alle twijfel verheven. En dus raken de banken op hun beurt weer in de problemen omdat zij grote hoeveelheden staatsleningen op hun balans torsen.

Het is niet moeilijk om hierin een neerwaartse spiraal te zien. Een nieuwe ronde van staatssteun voor de banken kan ervoor zorgen dat de overheidsfinanciën in veel eurolanden wederom verslechteren, waarna de banken, enzovoort. Italië werd, toevallig ook gisteren, door kredietagent Moody’s wederom afgewaardeerd.

Ministers van Financiën van de eurolanden spraken gisteren af om het versterken van vermogens van banken prioriteit te geven en te coördineren. Dat klinkt krachtdadig, maar geeft er eens te meer blijk van dat de eurocrisis zich sneller ontwikkelt dan de beleidsmakers kunnen bijhouden. En wat als er een nieuwe ronde van bankensteun komt? De spiraal krijgt er alleen maar een nieuwe fase bij.

Het doorbreken daarvan kan ruwweg op twee manieren. De eerste is de acceptatie dat de schuldenlast van sommige overheden en het structurele concurrentieverlies van hun economie te groot zijn om via bezuinigingen, hervormingen en economische groei weg te werken. De oplossing vergt een daadwerkelijke afschrijving van de schulden, een zeer pijnlijke neerwaartse aanpassing van lonen en prijzen – of een vertrek van een land uit de eurozone met goeddeels hetzelfde effect.

Het alternatief is de acceptatie dat deze crisis toe is aan een hogere overheid dan de nationale staten. Tot nu toe speelt de Europese Centrale Bank deze rol. Noodgedwongen, omdat de traagheid van de politieke besluitvorming geen pas houdt met het acute karakter van de crisis.

Alle hoop is gericht op het Europese Financiële Stabiliteitsfonds. Daar wordt inmiddels een dermate magische rol van verwacht – van steun aan staten tot steun aan banken – dat het bedrag dat nodig is om slagvaardig te zijn met de dag groeit. Dat maakt het onwaarschijnlijk dat dit fonds de finale oplossing zal zijn. Met elke ‘Dexia’ groeit de behoefte aan een groter, gemeenschappelijk plan. Een echt plan, ditmaal.