De straatvechter moet nu zichzelf verdedigen

Wethouder Jos van Rey is in opspraak. Diende hij, bij het grootmaken van Roermond, ook zijn eigen belangen?

DEN HAAG - Jos van Rey Eerste Kamerlid voor de VVD Eerste Kamerlid, Eerste Kamer, senator, politiek, politicus, volksvertegenwoordiger, parlementarier, portret, Dijkstra bv

‘Als je een ding verkeerd doet, knopen we je op”, zeiden KVP’ers tegen Jos van Rey toen hij in 1979 voor het eerst wethouder van Roermond werd. Een zelfde intimiderende stijl wordt de VVD’er nu zelf wel eens verweten. Dat zou de reden zijn dat er al jaren gekletst wordt over Van Reys onroerend goed in Roermond en diens nauwe contacten met een projectontwikkelaar, maar dat een politieke discussie uitbleef – of, zoals nu, een onderzoek.

Het ontzag kan ook te maken hebben met het indrukwekkende cv van de Roermondse slagerszoon. Sinds 1974 is Van Rey (inmiddels 66) actief in de Roermondse gemeentepolitiek. Sinds 1995 zit hij in Provinciale Staten. Van 1982 tot 1998 maakte hij deel uit van de Tweede Kamerfractie van de VVD. Daarin zat hij met een onderbreking van anderhalf jaar, wat te maken had met loslippigheid tegen een jonge Jort Kelder, toen nog werkzaam voor het JOVD-blad Driemaster: „Kamerleden mogen van mij ook naar de hoeren. Mij een zorg, breng ze maar het Kamergebouw binnen. En ik kom er eerlijk voor uit: ik rijd geregeld 160 kilometer per uur.” Dat vonden ze bij de VVD in 1989 net iets te liberaal.

Deze zomer werd Van Rey senator voor zijn partij. Daarmee laat hij op drie niveaus zijn stem horen.

Diep verontwaardigd over het onrecht van de KVP-almacht in Limburg, koos de jonge Van Rey, eigenaar van een assurantiekantoor, voor het lidmaatschap van de VVD. De ironie wil dat hij daar zo succesvol opereerde, dat hij van Roermond een ‘KVP-koninkrijk’ nieuwe stijl maakte, maar dan van liberale snit. In de bisschopsstad komen veel lijnen samen bij de plaatselijke VVD en met name bij Van Rey.

Economisch doet Roermond het wonderwel. Vanuit het verdomhoekje vocht de stad zich naar een koppositie in de regio. De kiezers beloonden de lokale VVD bij de laatste verkiezingen met eenderde van de stemmen. Zoals altijd kreeg Van Rey duizenden voorkeurstemmen.

Een belangrijke kwaliteit van hem is een fabelachtige dossierkennis. Het helpt natuurlijk ook dat hij door zijn jarenlange politieke ervaring het Roermondse gemeentehuis, het Maastrichtse gouvernement en het Binnenhof op zijn duimpje kent.

Hij bleef wel altijd een straatvechter. Soms houdt hij het bij plagen. Als de inmiddels uit de Limburgse Staten verdwenen vertegenwoordiger van de Partij voor de Dieren het woord nam, riep de ‘onderkoning van Roermond’ vrijwel altijd wat door de vergaderzaal. Dat zijn vader slager was. Of hij maande tot haast, want zijn vrouw had het konijn al in de oven staan. Zijn toon verhardt bij serieuze politieke tegenstand. Dan schroomt Van Rey niet op de man te spelen. Hij kan zo scherp uithalen, dat hij soms zichzelf snijdt.

Paul van der Steen