5. Emancipatie

De Nederlanders voor wie de PvdA vroeger streed, bestaan niet meer. De downtrodden masses hebben nu veelal een auto, een vast contract onder een cao, de jaarlijkse gegarandeerde vakantiedagen, zwanger- en ouderschapsverlof, een goede zorgverzekering. Hun kinderen kunnen naar de school die ze willen, dank aan de PvdA. Gevolg? De partij vraagt niet langer om solidariteit ten behoeve van deze kiezers, maar vraagt juist een beetje van al die verworvendheden op te geven, uit solidariteit met het lot van anderen. Armeren in andere landen, toekomstige generaties.

Dat is een heel ander verhaal, niet in het minst omdat die groepen zelf niet op de PvdA kunnen stemmen – electorale winst is daar niet te halen. Alleen veel allochtonen zien nog dat de PvdA zich hun worsteling om te emanciperen aantrekt. Die stemmen dan ook nog in grote getale op de partij. Maar verder? Zelfs de emancipatie lijkt zo’n beetje voltooid.

Opvallend genoeg heeft Job Cohen deze analyse zelf gemaakt, in een lezing opgenomen in zijn boekje Binden. Daarnaar gevraagd, enkele maanden voor zijn partijleiderschap, zei hij: „Wat overblijft is de rechtsstaat. En rechtstatelijke bescherming van burgers. Daar moet de PvdA zich hard voor maken.”

Ook dan gaat het om het behoud van het bestaande, niet om het gevecht voor een andere betere wereld. Het illustreert de „omkering van fronten” die historici waarnemen. Zoals het verwijt aan de huidige PvdA te regentesk te opereren. In de jaren zeventig was dat nu juist het verwijt dat PvdA’ers aan rechts maakten.

Die ironie is historicus Henk te Velde niet ontgaan. Hij verbaast zich er vooral over hoe de maakbaarheidsgedachte van links naar rechts is gegaan. „De PVV zal de samenleving wel even verbouwen. De PvdA zegt daarop: maar dat kan toch helemaal niet.”

Ho ho, tut tut. De PvdA verdedigt de status quo.

Is dat te veranderen? Alleen als de emancipatie is terug te draaien. Maar daar gaat de PvdA zelf natuurlijk niet voor pleiten. Dat moet rechts dan maar doen. Aan hen de macht.