4. Woede-democratie

Hoe reageerde Job Cohen gisteren op de kritiek van de afzwaaiende voorzitter Lilianne Ploumen? Hij was het er niet echt mee eens. Tegelijk zei hij: „inderdaad, het gaat nog niet goed genoeg met de PvdA”. En: „Ik ga met de kritiek aan de slag.”

Dit is alleszins een redelijk antwoord. Maar het is ook een antwoord die de emotionele band met kiezers niet verstevigt. De succesvolle politicus Geert Wilders lijkt goed te hebben begrepen: of je zegt dat iemand „kul” verkoopt. Of je houdt je mond. Maar het liefste dat eerste.

Onderzoek van Eelco Snip (Vrije Universiteit van Amsterdam) bevestigt dat. Hij zag dat lezers van de site nu.nl aanzienlijk vaker artikelen aanklikken waar de woede al in de kop staat. Snip zegt het keuriger: kiezers voelen zich aangetrokken tot artikelen waarin „affectieve werkwoorden” in de titel staan. Zoals hekelen of vrezen. En bijvoeglijke naamwoorden als woedend en blij. Emotieneutrale woorden scoren slecht.

Kortom, de politicus die aandacht wil, moet van zijn hart geen moordkuil maken. Elf jaar geleden beweerde de Vlaamse wetenschapper Mark Elchardus al dat we in een ‘dramademocratie’ zijn beland. Inmiddels heeft de PvdA zich te midden van al het drama steeds meer opgeworpen als de hoeder van het fatsoen. Cohen is de belichaming daarvan. En ja, hij zal bij de afgelopen verkiezingen zeker een paar kiezers hebben gewonnen – wij kennen er wel een paar – die niet zo houden van de groeiende opwinding op het Binnenhof. Maar die ontwikkeling kan hij niet stoppen, die is groter dan de partijen zelf.

Uiteindelijk, zo erkennen ook PvdA’ers in Den Haag, is fatsoen geen goede strategie voor een van oorsprong revolutionaire partij die haar bestaansrecht dankt aan een strijd tegen de gevestigde machten. Zo’n partij kan het nu niet alleen hebben van de nationale boekhoudkunde die de politiek in de jaren negentig dreigde te worden.

Kiezers zijn niet te binden met uiteenzettingen over koopkrachtplaatjes of wolken van inkomenseffecten, zoals politici die altijd aangereikt krijgen van het CPB. Zelfs niet als die kiezers baat hebben bij al die aandacht voor hun materiële welzijn. In een samenleving waarin de politiek leeft – en dat is Nederland – verliest de wat technocratische bestuurder het uiteindelijk altijd. Cijfers alleen zijn geen argumenten. Met andere woorden: ook de PvdA moet aan de pakkende oneliner.