3. Globalisering

Op de Dag van de Arbeid klinkt ‘De Internationale’ overal. Het socialisme kent geen grenzen. Toch wringt er iets. Want juist binnen de sociaal-democratie woedt al langer een hevige strijd tussen hen die mondialisering prijzen en zij die haar vrezen.

PvdA-denker René Cuperus spreekt in zijn boek De wereldburger bestaat niet van ‘globaliseringswinnaars’ en ‘globaliseringsverliezers’. De eersten zitten bij partijen als GroenLinks, D66 en, in mindere mate, de VVD. Ze pleiten voor allerhande hervormingen. De anderen stemmen PVV en SP. Ze strijden voor het behoud van de verworvenheden van de verzorgingsstaat.

Deze scheidslijn, die ongeveer paralel loopt aan die tussen hoger- en lageropgeleiden, groeit in politieke betekenis. Dat bleek goed bij de laatste verkiezingen voor het Europees parlement. Alleen D66 en GroenLinks zeiden onvoorwaardelijk ja tegen vergaande Europese integratie. En alleen PVV en SP zeiden voluit nee. De PvdA, CDA en VVD zeiden: ja, mits. Of: nee, tenzij. Resultaat? De PvdA verloor bij die verkiezingen de helft van het aantal Europese zetels.

Begrijpelijk, want de partij probeert de winnaars én verliezers van de globalisering te binden in één partij. Ze weigert te kiezen, wat gezien de historische wortels van de PvdA begrijpelijk is. Het is immers een partij met een internationalistische ideologie waarin grenzeloos denkende, hoog opgeleide leiders het opnemen voor minder fortuinlijke, en lager opgeleide kiezers.

Maar dit maakt wel kwetsbaar, al was het maar omdat hierbij paternalisme komt kijken, of „verticale binding”, zoals sociologen het noemen. Dat ligt tegenwoordig niet goed meer. Kiezers zoeken niet altijd meer naar politici die hun belangen goed behartigen, maar die op hen lijken. En zeker over de bedreigingen uit het buitenland moeten die ook dezelfde dingen zeggen als zij, in café of op verjaardagsvisite.