2. Politiek is theater

Zuilen en levenslange partijtrouw; het bestaat alle twee nauwelijks meer. En dus zijn politici gedwongen kiezers telkens opnieuw te verleiden. Niet alleen in campagnes, maar ook tijdens hun werk in de Tweede Kamer. Dat orgaan is daardoor steeds minder een vergaderzaal waar partijvertegenwoordigers plannen bekrachtigen die in achterkamertjes voor elkaar zijn gebokst met hulp van argumenten, onderzoeksrapporten en belangenafwegingen. Het is een theater. In de voorstellingen, die dikwijls live via de tv zijn te volgen, laten politici zien waar ze staan. Ze zwaaien er met hun vaandels, doen er hun kunstjes en vernederen er hun tegenstander in pakkende oneliners.

Het doet er daarbij allengs minder toe hoe zij de uitgedragen standpunten proberen om te zetten in beleid waar hun kiezers ook daadwerkelijk baat bij hebben. Wel, misschien doet dat er wel toe. Maar het is geen garantie meer op steun van die kiezers.

Wat is dat wel? Zeggen wat kiezers al dachten. Daar scoor je mee, zien ook politicologen in hun kiezersonderzoek. Zij spreken van ‘expressieve politiek’. Dit in tegenstelling tot ‘instrumentele politiek’ – plannetjes omzetten in beleid. De laatste jaren drukt de expressieve politiek de instrumentele steeds verder weg. Of anders gezegd: de PVV en SP komen op. De traditionele middenpartijen, van oudsher goed in de morsiger kant van de politiek, verliezen kiezers.

Het beeld van de plenaire zaal, iedere dinsdagmiddag bij het vragenuurtje, bevestigt deze tweedeling. Op beide vleugels, waar de Kamerleden van PVV en SP zitten, zijn nagenoeg alle stoelen bezet. In het midden van het halfrond, waar de leden van de gevestigde partijen zitten, gloort het blauw van lege stoelen. Hun leden zijn druk politiek te ‘bedrijven’ in de wandelgangen. Het theater is voor de nieuwe politiek. Als er nu verkiezingen zouden worden gehouden, halen CDA en PvdA, zo doen de peilingen ons geloven, samen nog maar 30 zetels. In de jaren tachtig waren dat er meer dan honderd.