Wie Facebook zat is, kan toch switchen?

Facebook was vorige week weer eens in opspraak.

Waarom stemmen boze gebruikers eigenlijk niet eens met de voeten?

Ook zo boos over de zoveelste privacyschending door Facebook? Ook overwogen om er mee te kappen? Nu écht? En het toch maar niet gedaan?

Vreemd, eigenlijk, al die ophef. Want ondanks alles is Facebook nu vele malen minder brutaal dan vroeger. Vergeleken met de oertijd is de huidige versie een Zwitserse kluis.

Oktober 2003, acht jaar geleden. Mark Zuckerberg zit met een biertje achter z’n laptop. Hij is bezig de smoelenboeken van studentenhuizen te plunderen. Die gejatte pasfoto’s gebruikt hij voor een online game: Facemash. Bezoekers kunnen daar stemmen wie er hot is en wie niet.

„I thought to myself”, legde Zuckerberg later uit aan een studentenkrant „that’s an interesting idea”.

Interessant, inderdaad: Facemash werd een instant hit. Tuurlijk, sommige studenten waren boos. Maar veel meer vonden het spelletje supertof. Dat Zuckerberg de game offline haalde, was vooral om juridisch gedoe te voorkomen.

Een half jaar later lanceerde hij een nieuw spelletje: TheFacebook. Ditmaal hoefde hij geen foto’s te jatten. De studenten zetten die vrijwillig online. Massaal.

Mensen willen helemaal geen privacy. Of hoe verklaar je anders dat Facebook – ondanks een geschiedenis van acht jaar privacyschending – nog steeds groeit?

Vorige week klonk het bekende refrein weer, toen de netwerksite een paar nieuwigheidjes introduceerde die de gebruikers nog verder in hun hempie zetten.

Iedereen boos. Maar iedereen bleef. Hondstrouw, die gebruikers, net krantenlezers die wel mopperen over dat nieuwe lettertype, maar nooit hun krant opzeggen. Hoe komt dat?

Misschien omdat we op Facebook zelden iets echt intiems publiceren: het is geen privédagboek, maar een etalage. Wat je er krabbelt zijn persberichten. Hoe erg is het als een persbericht uitlekt? Of, zoals tafeldame Hanna Bervoets afgelopen donderdag opmerkte bij De Wereld Draait Door: „Maar je zet het er toch zélf op?”

Facebook weet natuurlijk veel meer van je dan alleen de dingen die je er zelf post. Het weet welke foto’s je begluurt, bijvoorbeeld, wie jij hot vindt en wie jou. Welke krant je leest. Die info verkoopt het bedrijf. Je bent op Facebook dus geen gebruiker, zei nrc.next-columnist Alexander Klöpping, in diezelfde aflevering van De Wereld Draait Door, „eigenlijk ben je gewoon een product”. Dat was een variatie op een beroemd aforisme (toegeschreven aan Andrew Lewis): „If you are not paying for it, you’re not the customer; you’re the product being sold.” Facebook is schijn-gratis: je betaalt er niet met euro’s, maar met privé-informatie. En de wisselkoers blijft uiterst vaag. Waarom blijven we hier dan?

Is het omdat er geen fatsoenlijk alternatief bestaat? Natuurlijk, je hebt Google+. Maar Google is ook niet direct een lieverdje qua privacy. Google leest je e-mails mee en weet op welke trefwoorden je zoekt – de intiemste info die je prijs kunt geven.

Misschien is er toch een alternatief. Vorig jaar begonnen een paar studenten aan de New York University, die gefrustreerd waren door Facebook, aan een bijzonder project: een netwerksite die gratis is, maar die je niet bespioneert. Via de crowdfundingwebsite Kickstarter haalden ze binnen een paar weken de benodigde 200.000 dollar binnen (het hielp dat Facebook ook toen onder vuur lag). Vorige maand werd een mailtje verstuurd dat je je kunt aanmelden bij die nieuwe netwerksite.

Diaspora heet het. Het is gratis, echt gratis. De site leeft van donaties. De software is open source. De belofte is dat je niet het product bent, maar de baas. „You shouldn’t have to trade away your personal information to participate”, zeggen de makers.

Diaspora is in theorie het ideale sociale netwerk. Het heeft hetzelfde gemak als Facebook. Je betaalt niets. De privacy-instellingen zijn helder. Je zit zelf aan de knoppen, in plaats van Zuckerberg. Belangrijker: de informatie die je deelt, verdwijnt niet in een centrale bedrijfsserver; je mag zelf kiezen waar je die host.

Het enige probleem: ’t is er nog wat stil op de dansvloer. Waar zijn toch al die teleurgestelde Facebook-gebruikers? Waarom melden zij zich niet aan op www.joindiaspora.com? Waarom doneren ze niet even een bijdrage aan dit sympathieke project?

„I donated”, zei Mark Zuckerberg, toen het blad Wired hem vroeg naar wat hij van Diaspora vond. „I think it is a cool idea.”