Uitstel beslissing Griekenland

Het overleg tussen de Europese ministers van Financiën leidde opnieuw tot uitstel over noodsteun aan de Grieken. „Managen is niet de sterkste kant van politici.”

Twintig minuten na middernacht vertelde eurocommissaris Olli Rehn tijdens een persconferentie in Luxemburg dat Klaus Regling, de chef van het euronoodfonds EFSF, jarig was. Regling zei: „Olli, dat was gisteren. Ik ben al twintig minuten niet meer jarig.” Waarop Jean-Claude Juncker, de Luxemburgse premier, in lachen uitbarstte: „Zie? Wij lopen altijd achter de feiten aan.”

Het was gisteren een van de weinig vrolijke noten rondom de zoveelste vergadering van euroministers van Financiën over de schuldencrisis. Die crisis begon precies twee jaar geleden, in oktober 2009 in hetzelfde Luxemburgse conferentieoord. Toen biechtte de toenmalige Griekse minister van Financiën op dat zijn voorganger gelogen had over de schuld en het begrotingstekort van de Griekse staat. Sindsdien is het gespreksthema van de ministers geëvolueerd, maar fundamenteel niet veranderd. Nu is er een noodfonds, dat voor de tweede keer „effectiever” wordt gemaakt. Dat was twee jaar geleden allemaal niet.

Maar fundamenteel ging de discussie toen, en dat gaat ze nog altijd, over dezelfde vraag: hoe Griekenland voor een faillissement kan worden behoed. Die vraag is nog niet beantwoord. Omdat het probleem niet is opgelost, heeft het zich sterk verdiept. „Toen,” zegt een diplomaat, „dachten de ministers dat ze het Griekse vuurtje met tijdelijke maatregelen konden uittrappen. Nu beseffen ze dat de hele eurozone in gevaar is omdat ze dat niet voortvarend genoeg hebben gedaan.”

Vandaar dat ministersvergaderingen zo op elkaar lijken: er is in twee jaar tijd ontzettend veel gebeurd, en tegelijkertijd heel weinig. Luister naar de taal van gisteravond: de ministers besloten dat Griekenland méér moet bezuinigen om de zesde tranche leningen te krijgen uit het pakket dat het in mei 2010 kreeg toegezegd van het IMF en de eurolanden. „De Grieken hebben robuuste maatregelen genomen”, zei Juncker, „maar het moet aan alle verplichtingen voldoen.”

Eind volgende week moet uit een rapport van trojka-inspecteurs blijken of dat gebeurt. Dan kunnen de Grieken opnieuw zo’n 8 miljard euro krijgen. Juncker beaamde dat de beslissing over tranche nummer zes wordt uitgesteld tot later in oktober. Maar hij ontkende „alle geruchten over een Grieks faillissement of een Grieks vertrek uit de eurozone.” Méér privatisering en meer budgettaire consolidatie – velen hebben dit al honderd keer gehoord. De eurocrisis wordt steeds erger, maar het vocabulaire verandert niet.

Velen zeggen dat Griekenland deze tranche wel krijgt. Het alternatief is dat het land failliet gaat en andere eurolanden mee trekt. Een „orderly default”, een goed gemanaged faillissement, kan dit voorkomen. Maar, zegt de diplomaat, „daar zijn euroministers gewoon niet toe in staat. Managen is niet de sterkste kant van politici in de eurozone.”

Vandaar het geduw en getrek bij elke tranche. Elke vergadering is één groot déjà-vu. Maar dit geeft ministers de tijd preventieve brandblussers klaar te zetten die nodig zijn als de grote klap komt. Zij weten: die komt, eerder vroeger dan later. Achter de schermen praten zij daarom over een voller, efficiënter noodfonds.

Door het fonds anders te registreren, kan het ineens dingen doen die nu verboden zijn en die de ECB op zich moet nemen: banken voeden met cash, staatsobligaties opkopen van gezonde maar toch bedreigde landen als Italië, beleggers verzekeren tegen risico’s op staatsobligaties, etc. Er zijn veel technische mogelijkheden, maar de politici willen allemaal iets anders uit de gereedschapskist. Ze zijn het, zei Juncker gisteravond, nu alleen eens over wat ze niet willen: nationale garanties aan het noodfonds verhogen. „Dus moeten we de instrumenten verbeteren.”