PVV negeert liever de Griekse kosten

Met een vast repertoire aan soundbites roert de PVV zich in de Griekse schuldencrisis. Het wordt snel onbegrijpelijk als het over oplossingen gaat.

Leden Tweede Kamer juni 2010

Tony van Dijck, voor vrienden Teun, wordt regelmatig onderschat door andere volksvertegenwoordigers in de Tweede Kamer. De PVV’er heeft de neiging iets te hard in de microfoon te praten. Ook kan hij grof in de mond zijn. Hij lijkt soms wat afwezig tijdens debatten en mede daardoor vergeten Kamerleden, met name van de linkse oppositie, wel eens te luisteren als de wat hoekig overkomende Van Dijck aan het woord komt. Soms ook begrijpelijk. „Je zou ze toch een doodtrap geven”, zei Van Dijck toen hem gevraagd werd wat hij van commissarisbenoemingen vond zoals die van kroonprins Willem-Alexander bij De Nederlandsche Bank.

Maar sinds de problemen van Griekenland nijpend werden, vanaf het voorjaar van 2010, heeft Van Dijck een consequent verhaal gehouden. De schulden van Griekenland zijn te groot, extra lenen heeft geen zin. Het is van groot belang dat het kabinet plan B klaar heeft liggen, want dit loopt „gierend uit de hand”. Bovendien, waarom zouden we de Grieken steunen als we ons zorgen maken over onze banken. Kunnen we die dan niet beter directe steun verlenen in plaats van via Athene?

Die boodschap wordt met een vast repertoire aan soundbites verkondigd: geen geld pompen in een bodemloze put; de Grieken moeten hun eigen boontjes doppen; zelf op de blaren zitten. En wat doen zij als wij weer geld overmaken? Vamos a la playa.

De Europese schuldencrisis heeft zich voor de PVV ontwikkeld tot een van dé thema’s om zich politiek te onderscheiden. De teksten die Van Dijck uitspreekt zijn naar verluidt zorgvuldig bekeken door jeugdvriend Geert Wilders. Van Dijck is er alert op niet van die teksten af te wijken. Misschien is dat ook de reden dat hij voor journalisten nauwelijks meer benaderbaar is sinds de Griekse crisis. Hij probeert liever samen met zijn politiek leider een reuzedrachme aan de ambassadeur van Griekenland aan te bieden. Heldere beelden. Een complexe crisis in het financiële systeem wordt gereduceerd tot knoflook etende Europeanen die de euro behoren te verlaten.

Maar als de PVV over zulke oplossingen praat, wordt het verhaal snel minder begrijpelijk. De Grieken zouden terug naar de drachme moeten en Nederland ook terug naar de gulden. Over de consequenties van zulke ingrijpende veranderingen weigert de partij serieus te debatteren.

De PVV vindt dat Griekenland gewoon failliet moet gaan en dat schulden moeten worden „geherstructureerd”. Dat is een eufemisme voor kwijtschelden, maar dat schreeuwt Van Dijck liever niet van de daken. Het betekent immers dat banken, pensioenfondsen en de Nederlandse overheid hun geld niet volledig terug krijgen. En dat is nu juist de punchline van Van Dijck in elk debat.

Dit kabinet heeft namelijk „een groot probleem” als Griekenland geld gaat kosten. Tot nu toe heeft de Nederlandse staat alleen nog geleend en zijn er garanties verstrekt. Maar „de rapen zijn gaar” als een deel van dat geld niet terugkomt – iets waar de PVV juist al een tijdje voor pleit met het afgedwongen bankroet.