Oudje kan best zelf beslissen over zijn dood

Ouderen doorbehandelen is duur, ja. Maar dat gebeurt nooit zonder toestemming. En de arts dient vooralsnog eerst het belang van patiënten en pas daarna een belang als geld, schrijft S. Groen.

Uit het opiniestuk van M.L. Cuijpers Laat ons oudjes toch gewoon sterven (NRC Handelsblad, 27 september) rijst het beeld op van meedogenloze dokters die doorbehandelen, tegen de wens van de patiënt in, tot de dood erop volgt. Dat is jammer, want de werkelijkheid – althans de werkelijkheid die ik ken – is anders. De vijf opgevoerde voorbeelden kloppen dan ook niet. Het zijn stuk voor stuk levendige en heel voorstelbare geschiedenissen. Maar nergens wordt hard gemaakt dat de behandeling tegen de wens van de patiënt en/of familie was. Dat is alleen maar de interpretatie van Cuijpers.

Hoe kan het dan zijn dat de indruk van over- en doorbehandeling zo sterk is? Dat komt omdat het ziekenhuis niet alleen een centrum voor de behandeling van zieken is, maar ook een crisiscentrum. Als het plotseling misgaat met een oudere is er acuut behoefte aan zorg. Omdat kinderen of professionele zorg als regel niet op afroep beschikbaar zijn wordt de oudere ‘afgeleverd’ in het ziekenhuis. Maar ook omdat men – terecht – wil weten wat er dan mis is: er is behoefte aan een diagnose. Die wordt dan ook meestal snel gesteld: er is misschien een longontsteking, een hartinfarct of een kanker die de patiënt verzwakt heeft. Overigens kan men er ook voor kiezen helemaal niet naar een ziekenhuis te gaan: men kan weigeren.

De volgende vraag is dan: wat gaan we doen? Voordat de dokter gaat behandelen moet hij toestemming hebben van de patiënt of van de familie, als de patiënt niet meer voor zichzelf kan spreken. Die toestemming wordt ook gevraagd, tenminste wel in mijn ziekenhuis. Maar eerst moet de dokter de overtuiging hebben dat hij iets goeds doet voor de patiënt door hem te behandelen. Dat is vaak een lastige afweging. De meeste acute ziekten zijn goed behandelbaar, maar het feit dat veel ouderen al chronisch ziek zijn maakt de uitkomst onzeker. Het kan zijn dat de acute ziekte een flinke achteruitgang oplevert en zelfstandig verder leven onmogelijk wordt. Maar dat weet je van tevoren meestal niet. Geconfronteerd met dit verhaal kiezen de meeste mensen voor behandeling.

Dat kan het begin zijn van een lang verhaal dat eindigt in het verpleeghuis. Tijdens dat lange verhaal zijn er meestal nieuwe beslismogelijkheden, bijvoorbeeld op het moment dat een nieuwe complicatie zich meldt, of er ingrijpende diagnostiek nodig is. Ook dan wordt weer gevraagd om toestemming. Ook dan kan men ‘afhaken’.

Een tweede element in het verhaal van Cuijpers zijn de kosten. Al dat behandelen kost miljoenen en wat levert het op? Dat is inderdaad een groot probleem. Van dokters wordt in toenemende mate gevraagd zich rekenschap te geven van de kosten van hun behandelingen. En ik vind ook dat dat een rol mag spelen. Maar in het gesprek met de patiënt kun je het maar beter niet noemen, want je verspeelt in één klap het vertrouwen. En de medische ethiek vraagt van de behandelaar in de eerste plaats het belang van de patiënt te dienen en pas daarna het algemeen belang. Stel je een advocaat voor die van een claim jegens de staat afziet omdat de belastingbetaler ervoor opdraait! Pas als wij met z’n allen, dat wil zeggen de politiek, uitspreken dat er een grens is aan wat nog geïnvesteerd wordt in een jaar extra leven als je al oud bent – en die grens ook hard maakt in euro’s – zal de dokter ook nee kunnen zeggen.

S. Groen is geriater in het Kennemer Gasthuis te Haarlem.