Moord op meisje na 111 jaar opgelost. Misschien

Was het de koster? Wat het de huisschilder? Nee, zei de politie na de moord in 1900 op Marietje Kessels, elf jaar oud. Na al die jaren is er nu een nieuwe wending.

Het gebeurde op een warme augustusdag in 1900. Marietje Kessels, dochter van een fabrikant van muziekinstrumenten, maakte een wandeling door Tilburg. Ze zou een brief op de post doen en haar pianoles afzeggen. „We gaan iets leuks doen”, had haar moeder beloofd. „Met dit weer blijven wij niet binnen.”

De 11-jarige Marietje – die een roze japon droeg met rijglaarsjes – kwam niet terug. Haar verminkte en verkrachte lichaam werd op het verwulfsel van de Noordhoekkerk gevonden, de loze ruimte tussen het dak en de bovenkant van de gewelven. Cafébezoekers hadden haar de kerk binnen zien gaan, nadat een man haar vanuit een zijportaal had gewenkt. De politie wees de huisschilder en de koster als hoofdverdachten aan. Toen zij wegens gebrek aan bewijs werden vrijgelaten, begon het grote speculeren.

Godelieve Kessels, de 71-jarige nicht van Marietje, zegt het mysterie te hebben opgelost. In haar vandaag verschenen boek De moord op Marietje Kessels – Waarom de ouders moesten zwijgen wijst zij pastoor George van Zinnicq Bergmann aan als de dader. Dat híj het was had zij van haar vader Mathieu gehoord, enkele jaren voor diens dood in 1971. In de kwarteeuw ervoor vertelde hij steeds stukjes van het ‘geheim’. „In zijn eigen tempo”, vertelt Godelieve Kessels per telefoon. „Ik hoefde er nooit zelf naar te vragen.”

Het is niet voor het eerst dat de pastoor als dader wordt aangewezen. In 1988 concludeerde de Tilburgse journalist Ed Schilders in zijn boek Moordhoek dat Van Zinnicq Bergmann „zeer waarschijnlijk” achter de moord zat. Het leverde hem veel dreigtelefoontjes op en woedereacties van de nakomelingen van de pastoor. „De familie Van Zinnicq Bergmann was heel boos en liet weten over documenten te beschikken waaruit zou moeten blijken dat de pastoor gezuiverd was van alle blaam”, zei Ed Schilders in 1995 tegen deze krant. „Ik zegde toe ze in een eventuele tweede druk van mijn boek te willen opnemen, maar de familie blies de zaak af.”

Het verschil tussen haar boek en dat van Schilders is volgens Kessels dat hij een „journalistiek product” maakte aan de hand van kranten- en procesverslagen. Zij kreeg het verhaal van een direct betrokkene te horen: de zeven jaar jongere broer van het vermoorde meisje. Kessels: „Ik heb Schilders mijn manuscript toegezonden en gevraagd of hij wilde samenwerken. Dat achtte hij niet uitgesloten, want hij vond het een heel mooi boek. Helaas heb ik daarna niets meer van hem gehoord.” Schilders zelf was vanmorgen niet bereikbaar voor commentaar.

Net als Schilders levert Kessels geen sluitend bewijs. Dat kan ook niet, zegt zij, want de dader ligt op het kerkhof en het bisdom zal nooit toegeven dat de pastoor haar tante heeft vermoord. „Maar mijn vader en zijn ouders wisten precies hoe het zat”, zegt zij. „U kunt het allemaal lezen in mijn boek.”

Volgens Mathieu Kessels stopte er enkele jaren na de moord een rijtuig met twee afgevaardigden van het Vaticaan voor de deur. Ze gaven toe dat de pastoor de dader was, maar legden de ouders van Marietje een spreekverbod op. Zouden zij wél hun mond open doen, dan zou geen katholiek meer muziekinstrumenten bij hen kopen. „Pure chantage”, zegt Kessels, die zich nog altijd opwindt over de houding van de kerk. „Maar mijn vader rust nu zacht.”