Je kan toch weg bij Facebook?

Facebook was vorige week weer eens in opspraak.

Maar waarom stappen boze gebruikers dan niet over naar een netwerk als Diaspora?

Ook zo boos over de zoveelste privacyschending door Facebook? Ook overwogen om er mee te kappen? Nu écht? En het toch maar niet gedaan?

Vreemd eigenlijk, al die ophef, want eigenlijk willen mensen helemaal geen privacy. Hoe valt anders te verklaren dat Facebook – ondanks een geschiedenis van acht jaar privacyschendingen – nog steeds groeit? Vorige week klonk het bekende refrein opnieuw, toen de netwerksite een paar nieuwigheidjes introduceerde die de gebruikers nog verder in hun hemd zetten. Iedereen boos. Maar iedereen bleef. Hondstrouw, die gebruikers, maar hoe komt dat?

Misschien omdat gebruikers op Facebook zelden iets intiems publiceren: het is geen privédagboek, maar een etalage. Wat mensen erop zetten zijn persberichten. Hoe erg is het als dat uitlekt? Of, zoals tafeldame Hanna Bervoets afgelopen donderdag opmerkte bij De Wereld Draait Door: „Maar je zet het er toch zélf op?”Facebook weet natuurlijk veel meer van je dan alleen de dingen die je er zelf post. Het weet welke foto’s je begluurt, wie jij hot vindt en wie jou. Die info verkoopt het bedrijf.

Je bent op Facebook dus geen gebruiker, zei nrc.next-columnist Alexander Klöpping eveneens in De Wereld Draait Door, „eigenlijk ben je gewoon een product”. Dat was een variatie op een beroemd aforisme (toegeschreven aan Andrew Lewis): „If you are not paying for it, you’re not the customer; you’re the product being sold.” Facebook is schijn-gratis: je betaalt er niet met euro’s, maar met privé-informatie. De wisselkoers blijft uiterst vaag. Waarom blijven we hier dan?

Is het omdat er geen fatsoenlijk alternatief bestaat? Natuurlijk, je hebt Google+. Maar Google is ook niet direct een lieverdje qua privacy. Google leest je e-mails mee en weet op welke trefwoorden je zoekt – de intiemste info die je prijs kunt geven.

Misschien is er toch een alternatief. Vorig jaar begonnen een paar studenten aan de New York University, die gefrustreerd waren door Facebook, aan een bijzonder project: een gratis netwerksite die je niet bespioneert. Via de crowdfundingwebsite Kickstarter haalden ze binnen een paar weken de benodigde 200.000 dollar binnen (het hielp dat Facebook ook toen onder vuur lag). Vorige maand werd een mailtje verstuurd dat je je kunt aanmelden bij die nieuwe netwerksite.

Diaspora heet het. Het is echt gratis. De site leeft van donaties. De software is open source. De belofte is dat je niet het product bent, maar de baas. „You shouldn’t have to trade away your personal information to participate”, zeggen de makers. Diaspora is in theorie het ideale sociale netwerk. Het heeft hetzelfde gemak als Facebook. Je betaalt niets. De privacy-instellingen zijn helder. Je bepaalt niet alleen zelf waar je je eigen data host; binnenkort kun je die data ook heel simpel weer exporteren uit je profiel, in allerlei formats – iets wat bij Facebook ontzettend lastig is. Je kunt Diaspora trouwens nu al gebruiken als thuisbasis voor je Facebook- of Twitter-profiel, voor als je echt niet zonder kunt. En belangrijker: de informatie die je deelt, verdwijnt niet in een centrale bedrijfsserver; je mag zelf kiezen waar je die host.

Het enige probleem: het is er nog wat stil op de dansvloer. Waar zijn toch al die teleurgestelde Facebook-gebruikers? Waarom melden zij zich niet aan op www.joindiaspora.com? Waarom doneren ze niet even een bijdrage? „I donated”, zei Mark Zuckerberg, toen het blad Wired hem vroeg naar wat hij van Diaspora vond. „I think it’s a cool idea.”

Arjen van Veelen