Ik doe het my way

De Verkeersonderneming Slim Bereikbaar organiseerde gisteren een ‘undergroundconcert’ van Lee Towers. Schrijver Marcel van Roosmalen ging poolshoogte nemen.

In de metro van het Centraal Station te Rotterdam gaf Lee Towers een ‘undergroundconcert’. Er waren mensen die daar erg van schrokken, maar de meesten reageerden gelaten.

Hij droeg een double breasted pak, een enorme stropdas met glitters en een bril met blauw glas. Hij stond op een verhoging met zijn gouden microfoon.

„En nou allemaal!!!”, riep hij tot de ongeveer honderd mensen die bleven staan.

Daarvoor was het te vroeg.

De Verkeersonderneming Slim Bereikbaar had hem gestrikt om de campagne ‘Ik doe het my way’ te promoten. Een match made in heaven, want Lee was net als zijn opdrachtgever ‘volledig tegen files’.

Na afloop stond hij de pers te woord. Hij sprak met een ernstig gezicht over het fileprobleem.

„Je ziet het zelf dat als het druk is in de stad, dat je dan bij wijze van spreken met de tram of metro sneller op je plek bent.”

Het leek me een prima analyse.

Daarna schakelde Lee over op zijn favoriete gespreksonderwerp: zichzelf. De aanvechting om hem daarover wat te vragen kon ik moeiteloos weerstaan.

Ik had hem in mijn leven twee keer gesproken en kende het verhaal. Hij heeft twee koninklijke onderscheidingen en is ambassadeur van Feyenoord en de Rotterdamse Haven. Zijn hobby is geschiedenis.

Vijf jaar geleden, hij had net een kunststof knie gekregen, interviewde ik hem in de aanloop naar zijn jaarlijkse concertreeks in Ahoy. Hij was wat labiel en had even te voren een potje zitten janken omdat hij een boek over de indianen en Columbus had gelezen. Hij zei toen dat indianen lieve mensen waren en dat het jammer was dat ze allemaal waren afgeslacht en dat hij zich belangeloos inzette voor geestelijk gehandicapten omdat dat ‘mensen zonder dubbele bodem zijn’.

Hij zei ook dat hij normaal zesduizend euro per half uur kostte, maar dat hij er vaak zomaar veertig minuten van maakte.

De directeur van Verkeersonderneming Slim Bereikbaar heette Laurens Schrijnen, het was een kalende man die later op de dag goed bereikbaar was.

Hij zei dat zijn bedrijf Lee Towers als boegbeeld had gekozen omdat het een Rotterdams icoon was, bovendien zong hij vaak ‘I did it my way’ wat naadloos aansloot bij de campagne ‘Ik doe het my way’.

Voordeel was bovendien dat de zanger nooit in de spits reisde.

„Hij treedt ’s avonds op.”

Wat hij Lee betaalde wilde hij niet zeggen, behalve dan dat het onder het normale tarief van de zanger lag. Minder dus dan zesduizend euro per veertig minuten.

Lee Towers heet in het echt Leen Huyzer.

Hij was ook helemaal geen kraanmachinist, hij was monteur.

Hij zegt dat Feyenoord kampioen wordt, reist zelf nooit met het openbaar vervoer en adviseert ons om de auto te laten staan.

Ik doe nooit wat Lee Towers zegt, maar hoop dat Rotterdam zijn fileprobleem oplost.

Marcel van Roosmalen

    • Marcel van Roosmalen