'Het is allemaal niet zo intellectueel, maar er schuilt grote kracht in'

Marc-Marie Huijbregts en Marcel Musters spelen Tilburgse tantes in ‘Meepesaant’. „Soms hebben deze vrouwen in al hun eenvoud best gelijk.”

‘Nou, ge betoalt ’r toch veur!’ Tante Sjan heeft net in vet Tilburgs accent telefonisch haar beklag gedaan over de leesmap van zus Riet, die óf niet komt, of „met alle ‘puuzels’ al ingevuld”. Riet is goeiig en begripvol, Sjan fel en vol gif. Riet is acteur Marcel Musters, met hangtieten en oversized paars vest. Sjan is cabaretier Marc-Marie Huijbregts, in een nylon blouse met grafisch dessin en bijpassende glimmende broek. Tilburgse tantes spelen ze, typetjes. Ze roddelen, kaarten, snauwen, klagen, huilen of gieren juist van de lach. Musters en Huijbregts spelen ze vet, karikaturaal. Maar ze voor gek zetten, dat is niet de bedoeling. Het zijn tenslotte hun eigen tantes.

Musters: „Wij komen daar vandaan; ik zat erbij, bij die tafel met mijn moeder en haar vijf zussen. Ik ben met dat kletsen en kaarten opgegroeid.” Heimwee naar die tijd bracht de acteurs bij elkaar. Hun ouders zijn dood, en de ‘Tilburgse tantes’ zijn aan het uitsterven. Musters: „Vrouwen werken tegenwoordig. Dus dat type vrouw – de hele dag thuis voor de kinderen – is aan het verdwijnen. Ik vond het als kind fijn, die sfeer, al die vrouwen onder elkaar, heel veilig en geborgen.”

Huijbregts, die geen tijd had voor een interview, zag Musters vorig jaar een Brabantse moeke spelen in de voorstelling Snorro. „Hij herkende het, en het ontroerde hem. En hij stelde prompt voor zoiets ooit samen te gaan doen.” De artiesten delen hun Tilburgse wortels – ze zijn zelfs heel ver familie, en vonden elkaar in hun warme herinneringen aan die tijd, die soms op vrij expliciet persoonlijke wijze naar voren komen.

Daardoor kent de voorstelling elementen die vooral een Tilburgs – of ruimer – Brabants publiek zullen aanspreken. Het typisch katholieke gebruik van de bidprentjes bij een begrafenis, bijvoorbeeld. In Meepesaant leest Marcel Musters die van zijn vader voor. Het lied Droomland, dat bij veel koren in het zuiden kennelijk op het repertoire staat – bij een try-out zong het publiek gezellig mee. Of specifieker: nachtclub Blue Note in Tilburg, opgericht door Musters’ vader (vrolijke instemming bij het publiek), of de beroemde lokale moordzaak op het meisje Marietje Kessels (stemmige herkenning). Volgens de kassa van het Amsterdamse theater Bellevue kwamen er niet eerder zoveel bezoekers uit Brabant. De ene middag dat Musters en Huijbregts het stuk spelen in Tilburg, „voor onze tantes”, waren er tweeduizend reserveringen. Ze maken er daar nu een grotezaalproductie van.

Maar is nostalgie een interessante artistieke drijfveer? Voor Musters speelt er meer, zoals variëren met het soort voorstellingen waarin hij speelt; van urgent en geëngageerd, tot luchtig en vermakelijk. En natuurlijk, als acteur, de lol van het spelen van een vrouw. „Ik hou wel van die Libelle-achtige sfeer.”

Maar hij vindt ook wel degelijk het verhaal van Sjan en Riet nu relevant. „Toen ik vertrok uit Tilburg wilde ik een heel ander, meeslepender leven. Maar ik ben nu 52 en ben het gaan herwaarderen. Die vrouwen hebben een vanzelfsprekende routine van samenzijn die in onze maatschappij vrijwel is verdwenen. Er is opvang, steun, ze delen lach en traan. Het is misschien niet zo intellectueel, maar er schuilt een grote kracht in.”

Nu een stuk spelen over gewone mensen, heeft in hun geval niets met de PVV te maken, aldus Musters. Maar misschien wel met een „beweging naar binnen, een herwaardering van het regionale. In die alsmaar groter wordende wereld worden mensen zich misschien sterker van hun afkomst bewust, en gaan ze die weer meer waarderen.”

De twee artiesten spelen vrouwen uit hun jeugd, dus van dertig, veertig jaar terug. „Marc-Marie had ook nog echt de zinnen van die generatie paraat.” Maar ze vonden wel dat de huidige tijd er doorheen moest schemeren. Daarom krijgt Riet bij uitvaartverzekeraar Dela opeens ene Fatima aan de telefoon. Sjan reageert verbaasd, maar volgens Riet is Fatima ‘heel lief’. Musters: „Deze tantes zijn niet racistisch. Ze worden hoogstens soms verrast door de kennismaking met een multiculturele realiteit. En ze hebben stevige meningen, daar zit ook heus wel eens een Wilders-mening tussen. Maar soms hebben ze in al hun eenvoud best gelijk. Dan zeggen ze bijvoorbeeld: ‘Je moet ook niet die banken de baas laten zijn.’”

„Ik verkies intussen hun praktische oplossingen vaak boven het eindeloze politieke gekrakeel. ‘We moeten het toch gewoon met elkaar doen’, zeggen ze dan. En zo is het.”

‘Meepesaant’, première 6/10. Inl.: mugmetdegoudentand.nl